Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij IJsselgemeenten (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend om een schuldeiser, Defam B.V., te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. Deze regeling voorzag in een betaling van 100% aan preferente schuldeisers en 52,89% aan concurrente schuldeisers. Verzoekster baseerde haar aanbod op haar afloscapaciteit, voortkomend uit een dienstverband van 32 uur per week en vrijwilligerswerk.
Tijdens de procedure kwam naar voren dat verzoekster begin 2023 een erfenis van circa € 40.000 heeft ontvangen, die zij niet heeft gebruikt voor schuldenaflossing maar deels heeft vergokt en deels aan woninginrichting heeft besteed. Schuldhulpverlening was hiervan op de hoogte, maar dit is niet in het verzoekschrift vermeld. Daarnaast voldoet verzoekster niet aan haar inspanningsverplichting omdat zij niet actief heeft gesolliciteerd voor meer uren of een fulltime baan.
Defam, schuldeiser met een vordering van bijna 30% van de totale schuldenlast, weigert in te stemmen met de regeling. De rechtbank oordeelt dat het aanbod onvoldoende onderbouwd en niet betrouwbaar is, en dat verzoekster niet het uiterste doet wat van haar verwacht mag worden. Gezien het belang van Defam weegt de weigering zwaarder dan de belangen van verzoekster. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot gedwongen schuldregeling af.
De rechtbank zal in een afzonderlijke beslissing nog oordelen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tegen dit vonnis staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van inspanningsverplichting.