Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw A. Sardjoe, werkzaam bij IJsselgemeenten (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een moratoriumverzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning op te schorten. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege een vonnis tot ontruiming en een exploot dat uitvoering hiervan aankondigt.
Verzoekster heeft de huurachterstand deels veroorzaakt door het volgen van een opleiding die zij inmiddels heeft gestaakt. Zij werkt nu fulltime en ontvangt een bijdrage van haar inwonende broer, waardoor de lopende huurtermijnen kunnen worden voldaan. De huur over augustus, september en oktober 2025 is reeds betaald. Sinds 18 augustus 2025 staat verzoekster onder beschermingsbewind, wat de continuïteit van betalingen waarborgt.
Verweerster stelt dat de huurachterstand groot is en dat verzoekster pas na betekening van het vonnis is gaan betalen, maar de rechtbank weegt het belang van verzoekster zwaarder. Het schuldhulpverleningstraject wordt op korte termijn opgestart en de lopende huurbetalingen zijn gewaarborgd. Daarom wordt het moratoriumverzoek toegewezen voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling van de huur.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en de ontruiming wordt opgeschort.
Uitkomst: Moratoriumverzoek toegewezen en ontruiming huurwoning opgeschort voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.