Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet voor een dwangakkoord met 23 schuldeisers, waaronder twee preferente schuldeisers die niet instemden met het voorstel. Het akkoord bood een betaling van 48,96% aan preferente en 24,48% aan concurrente schuldeisers tegen finale kwijting, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die fulltime werkt.
De twee schuldeisers, Sint Franciscus Gasthuis en EG Services, verzetten zich tegen het akkoord. Sint Franciscus Gasthuis stelde dat het bedrag te laag was en dat reeds ontvangen betalingen onvoldoende waren verrekend. EG Services verweerde zich met het argument dat de schuld voortkomt uit tanken zonder betalen, waardoor het akkoord onredelijk zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat een ruime meerderheid van schuldeisers instemde, het voorstel deskundig was getoetst en goed gedocumenteerd. Verzoeker heeft een stabiele financiële situatie en voldoet aan de werkverplichting. De rechtbank vond dat het voorstel het maximaal haalbare was en dat de belangen van verzoeker en instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de tegenstanders.
De rechtbank wees het verzoek tot dwangakkoord toe, veroordeelde de tegenstanders in de proceskosten en wees het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.