Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 mei 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek;
- de dupliek, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft aan gedaagde €423,- contant betaald als voorschot voor remigratiedienstverlening, in de veronderstelling dat het een aanbetaling voor een huurwoning betrof. Eiser stelt dat hij heeft gedwaald en daarom onverschuldigd heeft betaald, en vordert terugbetaling van het bedrag met rente en incassokosten.
Gedaagde betwist de stelling van dwaling en wijst op de ondertekende overeenkomst en voorschotverklaring waarin de aard van de dienstverlening en het voorschot zijn vastgelegd. Er zijn daadwerkelijk werkzaamheden verricht. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van dwaling, mede omdat hij de overeenkomst en voorschotverklaring heeft ondertekend en uit zijn ontbindingsbrief blijkt dat hij wist dat hij een overeenkomst was aangegaan.
Omdat geen dwaling is vastgesteld, blijft de overeenkomst bestaan en is er geen sprake van onverschuldigde betaling. Ook een eventuele ontbinding van de overeenkomst is niet gesteld en kan de eis niet dragen. De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die nihil worden begroot wegens het ontbreken van een gemachtigde aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van het voorschot wordt afgewezen omdat geen dwaling is vastgesteld en de overeenkomst rechtsgeldig is.