ECLI:NL:RBROT:2025:12195

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
17 oktober 2025
Zaaknummer
10/237639-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 1 categorie III Wet wapens en munitieArt. 1 onder 3º Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van bewustheid en beschikking over vuurwapen

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een vuurwapen in de periode van 1 april 2024 tot en met 27 juni 2024. De tenlastelegging hield in dat zij samen met een ander, althans alleen, een omgebouwde revolver in haar bezit zou hebben gehad. Tijdens de zitting gaf verdachte aan zich niet bewust te zijn geweest van het wapen in de auto.

De rechtbank stelde vast dat verdachte samen met haar dochter, de medeverdachte, in de auto zat en dat verdachte de auto bestuurde tijdens een korte autorit van enkele minuten. In de auto lag een rugzak met daarin een tasje waarin het wapen zich bevond. De medeverdachte had tijdens de rit aan verdachte verteld dat er mogelijk een wapen in het tasje zat.

De rechtbank oordeelde dat de enkele mededeling van de medeverdachte onvoldoende bewijs vormde om bewustheid van het wapen bij verdachte aan te nemen. Daarnaast maakte de verpakkingswijze, de korte duur van de autorit en het feit dat verdachte reed, dat zij feitelijk niet over het wapen kon beschikken. De beschuldiging werd niet wettig en overtuigend bewezen verklaard, waarna verdachte werd vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is vastgesteld dat zij zich bewust was van het vuurwapen en er feitelijk niet over kon beschikken.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/237639-24
Datum uitspraak: 17 oktober 2025
Datum zitting: 16 en 17 september 2025
Tegenspraak
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het [adres] [postcode] [plaats] .
Advocaat van de verdachte: D.J. van Rinsum
Officieren van justitie: M.L. Goudzwaard en R.E.I. Steen (hierna: officier van justitie)

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij een vuurwapen voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte:
in of omstreeks de periode van 1 april 2024 tot en met 27 juni 2024 te Rotterdam en/of Gorinchem en/of Sliedrecht, althans in Nederland, op één of meer tijdstippen, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (omgebouwde) revolver van het merk BBM Olympic type 38 kaliber .22LR voorhanden heeft gehad.

2.Vrijspraak

De rechtbank stelt vast dat:
  • de verdachte samen met haar dochter, de [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) in de auto zat;
  • de verdachte de auto bestuurde;
  • de autorit enkele minuten duurde;
  • in de auto een rugzak lag met daarin een tasje met een wapen;
  • [medeverdachte] tijdens de autorit aan de verdachte heeft verteld dat er mogelijk een wapen in het tasje zat.
De vraag is of de verdachte zich in een meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van het wapen en of zij daarover heeft kunnen beschikken. De verdachte zelf zegt van niet.
De rechtbank is van oordeel dat de enkele mededeling van [medeverdachte] afgezet tegen de overige vaststellingen al mager is om daarop de bewustheid van de aanwezigheid van het wapen bij de verdachte te baseren. Daar komt bij dat de verpakkingswijze, de korte duur van de autorit en het feit dat de verdachte de auto bestuurde, maken dat de verdachte feitelijk niet heeft kunnen beschikken over het wapen. De beschuldiging is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken.

3.Beslissing

Vrijspraak
De rechtbank verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
J.H. Janssen, voorzitter,
E. IJspeerd en A.L. Pöll, rechters,
in tegenwoordigheid van J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 oktober 2025.