In deze zaak staat de ontbinding van een huurovereenkomst centraal vanwege een huurachterstand. In een eerder tussenvonnis oordeelde de kantonrechter dat de verhuurder Havensteder verplicht is gevolgschade van een lekkage te herstellen en dat de huurder recht heeft op een huurprijsvermindering van 20%, waarbij tekortkomingen van de huurder geen ontbinding rechtvaardigden.
Havensteder bracht echter nieuwe feiten naar voren over de huurachterstand die de huurder heeft laten ontstaan, waaronder een overzicht van betalingen en huurprijzen over een langere periode. Na correcties op de berekening van de huurprijsvermindering en huurverhogingen, blijkt een achterstand van bijna drie maanden huur te zijn ontstaan, ondanks dat de gebreken inmiddels zijn hersteld.
De kantonrechter stelt dat deze herhaalde en oplopende huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Hierbij wordt ook meegewogen dat de huurder een zwaarwegend belang heeft bij behoud van de woning, maar dat de verhuurder niet gehouden kan worden aan een overeenkomst met een huurder die herhaaldelijk niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet.
De huurder krijgt nog de gelegenheid om te reageren en eventuele bewijsstukken te overleggen. Bij uitblijven van een voldoende gemotiveerde reactie zal de ontbinding worden uitgesproken. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting op 11 november 2025.