De rechtbank Rotterdam heeft op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van gewoontewitwassen in de periode van februari 2017 tot maart 2022. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens het verhullen van de herkomst van grote geldbedragen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er contante stortingen en opnames op de bankrekeningen van de verdachte waren, er onvoldoende zekerheid bestond dat deze gelden uit criminele activiteiten afkomstig waren. De verdachte verklaarde dat hij beroepsgokker was en dat de geldstromen voortkwamen uit kasrondjes en gokwinsten, een verklaring die werd ondersteund door nadere onderzoeken, getuigenverklaringen en casino-uitbetalingen. Ook leningen van derden werden aannemelijk gemaakt.
Gezien deze feiten kon niet met voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de gelden onrechtmatig waren verkregen. De rechtbank sprak de verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde gewoontewitwassen. Tevens werd gelast dat de in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte worden teruggegeven.