ECLI:NL:RBROT:2025:12332
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid
Verzoekster heeft zich op 12 september 2025 gemeld bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam voor toelating tot maatschappelijke opvang voor haarzelf en haar minderjarige dochter. Het college heeft dit verzoek op 17 september 2025 afgewezen omdat verzoekster naar het oordeel van het college zelfredzaam is en in staat wordt geacht haar eigen huisvesting te regelen met behulp van gebruikelijke voorzieningen en haar sociale netwerk.
Verzoekster betwist deze afwijzing en stelt dat zij niet zelfredzaam is, omdat zij geen vaste woonplek kan vinden en moeite heeft met praktische zaken zoals het verkrijgen van een BSN-nummer en een uitkering. Ook voert zij aan dat zij stress en depressieve gevoelens ervaart door haar situatie en de zorg voor haar kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster weliswaar hulp nodig heeft bij praktische zaken en het vinden van huisvesting, maar dat dit niet betekent dat zij niet zelfredzaam is. De rechter volgt het standpunt van het college dat het hier primair gaat om een huisvestingsprobleem waarvoor maatschappelijke opvang niet bedoeld is. Verzoekster kan met hulp van instanties zoals de Vraagwijzer haar levensonderhoud regelen en is in staat haar leven en dat van haar dochter te organiseren.
De subsidiaire grond dat verzoekster onvoldoende voorbereid naar Nederland is gekomen wordt niet inhoudelijk behandeld omdat de rechter het eens is met het oordeel over zelfredzaamheid. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toelating tot maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens zelfredzaamheid van verzoekster.