ECLI:NL:RBROT:2025:12333
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstandsuitkering wegens onduidelijkheid over woningbezit in Turkije
Verzoeker heeft een aanvraag voor een bijstandsuitkering ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen vanwege onvoldoende informatie over een woning in Turkije waarvan verzoeker (mede-)eigenaar zou zijn geweest.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij werd vastgesteld dat er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoeker heeft echter niet voldoende inzicht gegeven in zijn vermogenspositie en de situatie rondom de woning in Turkije, ondanks het aanleveren van diverse documenten zoals bankafschriften, een Turkse eigendomsakte (tapu senedi) en belastingaangifte.
Het college heeft terecht geweigerd de bijstand toe te kennen omdat de financiële situatie en het eigendom van de woning niet helder zijn, met name de onduidelijkheid over de overdracht aan de dochter en de waarde van de woning. De voorzieningenrechter benadrukt het belang van nadere informatie en overleg in de bezwaarprocedure.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, wat betekent dat het college voorlopig geen bijstandsuitkering hoeft te verstrekken. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over het woningbezit en de vermogenspositie van verzoeker.