ECLI:NL:RBROT:2025:12337
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzet wegens ontbreken van gronden tegen uitspraak
Opposant kwam in verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 april 2023, waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De verzetrechter toetste of het verzet aan de wettelijke eisen voldeed, met name of het verzetschrift gronden bevatte tegen de uitspraak.
Uit het dossier bleek dat het verzetschrift geen gronden bevatte en dat ook later geen schriftelijke gronden waren ingediend. De rechtbank had opposant en zijn gemachtigde meerdere malen schriftelijk verzocht om binnen gestelde termijnen de gronden van verzet te overleggen, maar hierop werd niet gereageerd.
De verzetrechter oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor het niet voldoen aan de eisen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzet werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de inhoudelijke beoordeling van het verzet werd achterwege gelaten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het verzetschrift.