Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 16 juli 2024, met producties 1 tot en met 15;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- de aanvullende productie van [eiseres] van 5 december 2024;
- de spreekaantekeningen van partijen voor de mondelinge behandeling op 16 december 2024.
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
[eiseres] wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd in deze procedure
oma heeft er niks mee te maken”,“
[naam 3] heeft het aangehaald” en “
die brief die [naam 3] gestuurd heeft weet ik niks van”. Deze brieven tonen volgens [gedaagde] aan dat deze procedure buiten de wil van de bestuurder is geïnitieerd door de andere zoon van de bestuurder. De rechtbank gaat hier niet in mee en legt dat hierna uit.
€ 178,00