ECLI:NL:RBROT:2025:12352

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/701359 / FA RK 25-4520
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 263 RvArt. 270 lid 1 RvArt. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 1:20e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging geslachtsaanduiding geboorteakte naar non-binair X

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van [persoon A] om de geslachtsaanduiding in de geboorteakte te wijzigen van mannelijk naar een non-binair geslacht aangeduid met 'X'. Hoewel de rechtbank Amsterdam normaal gesproken bevoegd is, oordeelde de rechtbank Rotterdam zich relatief bevoegd omdat partijen geen verwijzing wensten.

De rechtbank constateerde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor een geslachtswijziging naar een X of andere neutrale aanduiding, maar erkende de maatschappelijke en juridische trend richting erkenning van genderdiversiteit. De rechtbank paste de benadering van artikel 1:28 BW Pro analoog toe, dat een deskundigenverklaring vereist bij geslachtswijzigingen, maar stelde vast dat een dergelijke verklaring ontbrak.

Desondanks vond de rechtbank dat de duurzame overtuiging van [persoon A] om zich niet als man of vrouw te identificeren voldoende was en dat het ontzeggen van deze wijziging in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro over het recht op privéleven en genderidentiteit. Daarom werd het verzoek toegewezen en werd de ambtenaar gelast een latere vermelding van de geslachtswijziging in de geboorteakte aan te brengen.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging geslachtsaanduiding in geboorteakte naar non-binair X wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/701359 / FA RK 25-4520
Beschikking van 15 oktober 2025 over wijziging geboorteakte
in de zaak van:
[persoon A], hierna: [persoon A] ,
wonende te Rotterdam,
advocaat mr. C. Simmelink te Maarssen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenteAmsterdam, hierna: de ambtenaar,
zetelend te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van [persoon A] , ingekomen op 12 juni 2025;
  • de berichten van de ambtenaar van 24 juni 2025 en 6 oktober 2025;
  • het bericht van [persoon A] van 23 september 2025.
1.2.
[persoon A] heeft afgezien van een mondelinge behandeling. De rechtbank ziet geen aanleiding om een mondelinge behandeling te gelasten en zal de zaak op de stukken afdoen.

2.De vaststaande feiten

2.1.
[persoon A] is geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] en bezit de Nederlandse nationaliteit.
2.2.
Op basis van de geboorteakte is [persoon A] in de registers van de burgerlijke stand opgenomen als zijnde van het mannelijk geslacht.

3.De beoordeling

3.1.
[persoon A] verzoekt de ambtenaar te gelasten aan diens geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht X zal zijn.
3.2.
Gelet op het rechtsgebied waarin de akte is ingeschreven, is op grond van artikel 263 Rv Pro niet de rechtbank Rotterdam maar de rechtbank Amsterdam bevoegd kennis te nemen van het verzoek. In beginsel zou de zaak daarom verwezen moeten worden. Zowel [persoon A] als de ambtenaar hebben kenbaar gemaakt dat zij geen verwijzing wensen, zodat op grond van artikel 270 lid 1 Rv Pro geen verwijzing plaatsvindt. De rechtbank Rotterdam acht zich daarom relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek.
3.3.
[persoon A] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat [persoon A] een non-binaire beleving van diens gender heeft en zich niet identificeert als man of als vrouw.
3.4.
De ambtenaar stemt in met het verzoek aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht.
3.5.
Geslacht
3.5.1.
De rechtbank overweegt dat op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor
een wijziging van de geslachtsregistratie in een geboorteakte naar een X of een andere
geslachtsneutrale aanduiding. Het is in beginsel aan de wetgever hiervoor een voorziening
te treffen. Zolang er geen wettelijke regeling is, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen, met inbegrip van de mogelijkheid om de beslissing op het verzoek aan te houden (ECLI:NL:HR:2022:336).
3.5.2.
De rechtbank constateert dat inmiddels sprake is van een maatschappelijke erkenning en (een trend naar) juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit, zoals blijkt uit verschillende uitspraken van rechtbank en hoven.
3.5.3.
De rechtbank is van oordeel dat het onderhavige verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding op dezelfde wijze moet worden benaderd als verzoeken op grond van artikel 1:28 BW Pro, die zien op personen die de – door een deskundige getoetste en onderschreven – overtuiging hebben tot het ‘andere geslacht’ te behoren. Dit artikel voorziet niet in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigd en ongeoorloofd onderscheid op tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijk geslachtsaanduiding te vallen (non-binair), als bedoeld in artikel 26 IVBPR Pro en artikel 1 lid 2 van Pro Protocol nr. 12 EVRM.
3.5.4.
Op grond van artikel 1:28a BW moet bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring worden overgelegd. Bij analoge toepassing van dit artikel in situaties waarin iemand zich identificeert als non-binair, is in beginsel dus een deskundigenverklaring vereist die vermeldt dat degene op wie de aangifte betrekking heeft jegens de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben een genderneutraal geslacht te hebben en jegens de deskundige er blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van de genderneutrale geslachtsaanduiding in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. De rechtbank stelt vast dat een dergelijke verklaring van een deskundige in de onderhavige zaak ontbreekt.
3.5.5.
Naar het oordeel van de rechtbank is een genderbeleving geen objectief verifieerbaar gegeven dat door een deskundige is vast te stellen. Dit wordt onderkend in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen De rechtbank beoordeelt of in deze situatie, waarin een deskundigenverklaring ontbreekt, kan worden vastgesteld dat het besluit niet lichtzinnig is genomen. Daarbij is van belang dat op basis van de stukken kan worden aangenomen dat de overtuiging een genderfluïde persoon te zijn een duurzaam karakter heeft.
3.5.6.
De rechtbank stelt vast dat [persoon A] zich niet identificeert als man of vrouw en dat de geslachtsvermelding man of vrouw niet overeen komt met de innerlijke overtuiging van [persoon A] . Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [persoon A] uitgedragen in contacten met derden. Er is dan ook sprake van een duurzame overtuiging over diens genderidentiteit. Verder stelt de rechtbank vast dat de beslissing een wijziging van de geslachtsaanduiding te vragen niet lichtzinnig heeft genomen.
3.5.7.
[persoon A] heeft er daarom recht op en belang bij dat diens akte van geboorte in overeenstemming wordt gebracht met het feit dat die zich niet identificeert als man of vrouw. Ontzegging van een geslachtsregistratie overeenkomstig die innerlijke overtuiging zou in strijd zijn met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In 2003 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) reeds bevestigd, dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 EVRM Pro vormt en genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt (EHRM 12 juni 2003, ECLI:EC:ECHR:2003:0612JUD003596897, Van Kück tegen Duitsland).
3.5.8.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de ambtenaar gelasten aan de akte van geboorte van betrokkene een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, waarbij het gewijzigde, non-binaire, geslacht zal worden aangeduid met ‘X’. Het verzoek wordt toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Amsterdam van het jaar 1997 met nummer [nummer A] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht wordt vermeld met X;
4.2.
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam zoals bepaald in artikel 1:20e lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Witte op 15 oktober 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.