Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding en 19 producties van de vrouw;
- de conclusie van antwoord en 14 producties van de man.
Rechtbank Rotterdam
Partijen waren gehuwd en zijn in 2016 gescheiden waarbij de vrouw een bedrag van €23.246,22 aan de man moest betalen. Zij heeft dit bedrag voldaan door een niet-evenredige verdeling van een polis van levensverzekering.
De man legde in 2024 executoriaal loonbeslag op dit bedrag, terwijl hij tegelijkertijd een procedure tegen de dochter voerde over een vernietigde schenking die het betaalde bedrag omvatte. De vrouw vordert opheffing van het beslag omdat het bedrag reeds voldaan is en stelt zich op verrekening met alimentatievorderingen.
De man betwist het spoedeisend belang en de verrekening, verwijst naar kosten voor een verbouwing en bruiloft die niet concreet zijn onderbouwd en stelt dat alimentatievorderingen nog niet vaststaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag ten onrechte is gelegd, omdat het bedrag reeds is voldaan en de stellingen van de man onvoldoende onderbouwd zijn. Het beslag wordt opgeheven en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal loonbeslag wordt opgeheven omdat de vordering reeds is voldaan via de levensverzekering.