Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Rotterdam
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam behandelde een kort geding waarin eiser verzocht om opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde c.s. was gelegd op een appartement en banktegoeden ten bedrage van €294.473,60. Het beslag was gelegd op grond van een eerder verleend verlof en de vordering was begroot op dat bedrag.
Eiser had het appartement inmiddels verkocht en wilde het beslag laten opheffen onder de voorwaarde dat een depotovereenkomst wordt gesloten waarbij de notaris de verkoopopbrengst als zekerheid onder zich houdt. Gedaagde c.s. weigerden mee te werken, stellende dat de depotovereenkomst onvoldoende zekerheid bood vanwege bepalingen omtrent uitkering en kosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de depotovereenkomst voldoende zekerheid biedt omdat de notaris het bedrag vasthoudt en alleen uitkeert na een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde gerechtelijke uitspraak of kracht van gewijsde. Hierdoor kunnen gedaagde c.s. zonder moeite verhaal nemen. Bezwaren tegen de uitkeringsmomenten en kosten werden verworpen, mede omdat de kosten relatief gering zijn ten opzichte van het depotbedrag.
De voorzieningenrechter besloot het beslag op te heffen zodra de depotovereenkomst rechtsgeldig is ondertekend en door de notaris is bevestigd. Tevens werden de proceskosten aan gedaagde c.s. opgelegd. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven na ondertekening van een depotovereenkomst die voldoende zekerheid biedt.