ECLI:NL:RBROT:2025:12605

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
25/7439
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • M.G.L. de Vette
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:30 APV RotterdamArt. 1:8 APV RotterdamArt. 2:28 APV Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting café na geweldsincident

De burgemeester van Rotterdam heeft het café van verzoeker na een spoedsluiting van twee weken verlengd tot een totale sluiting van drie maanden vanwege een ernstig geweldsincident waarbij verzoeker het slachtoffer op straat met een stok heeft geslagen.

Verzoeker betwist het geweldsincident niet, maar vindt de sluitingsduur niet proportioneel en stelt dat een kortere maatregel of waarschuwing voldoende zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker de confrontatie heeft opgezocht en niet de-escalerend heeft gehandeld. Ook heeft verzoeker geen maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.

Het café ligt in een veiligheidsrisicogebied en de burgemeester heeft op basis daarvan en het incident geen aanleiding gezien om een lichtere maatregel op te leggen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de drie maanden durende sluiting van het café wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/7439

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 oktober 2025 in de zaak tussen

[naam verzoeker] h.o.d.n. [naam café] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. van Bremen),
en

de burgemeester van Rotterdam

(gemachtigde: mr. R. Duivenvoorde).

Samenvatting

De burgemeester heeft verzoekers café na een spoedsluiting gesloten voor in totaal drie maanden. Verzoeker vindt de sluiting van die maanden niet proportioneel. Hij heeft na een ruzie in zijn café het slachtoffer op straat met een stok geslagen. Hij heeft hiermee de confrontatie opgezocht en niet de-escalerend gehandeld. Verzoeker heeft niet uitgelegd welke maatregelen hij gaat nemen om in de toekomst soortgelijke incidenten te voorkomen. Daarnaast ligt zijn café in een veiligheidsrisicogebied. De burgemeester heeft geen aanleiding hoeven zien om een lichtere maatregel op te leggen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Procesverloop

1. Met het besluit van 12 september 2025 heeft de burgemeester de horeca-inrichting van verzoeker met spoed gesloten voor twee weken. Met het bestreden besluit van 25 september 2025 heeft de burgemeester die sluiting verlengd
.Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. A. Šimičević als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker, [persoon B] (de partner van verzoeker), de gemachtigde van de burgemeester en mr. J.P. Langenbach (namens de burgemeester).

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
3. Verzoeker exploiteert de horeca-inrichting [naam café] (het café) aan de [adres] in Rotterdam.
4. In de nacht van 11 september 2025 heeft de politie een melding gekregen over een mishandeling op de [adres] . Volgens de politie is een bezoeker van het café op straat mishandeld door meerdere personen. Op camerabeelden is onder meer te zien dat het slachtoffer door één van de personen met een stok is geslagen. Verzoeker is door twee politieagenten herkend als de persoon die met de stok heeft geslagen. Dit blijkt uit bestuurlijke rapportages van de politie van 12 september en 18 september 2025.
5. De burgemeester heeft het café op 12 september 2025 met spoed gesloten voor twee weken. Hiertegen heeft de verzoeker geen bezwaar gemaakt.
Waar gaat het in deze zaak om?
6. De burgemeester heeft de sluiting verlengd tot 12 december 2025. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het café weer open mag totdat er op zijn bezwaarschrift is beslist.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
7. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er een spoedeisend belang?
8. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er voldoende spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening is, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
9. Het gevolg van het bestreden besluit is dat het café voor drie maanden gesloten zal blijven. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat dit grote financiële gevolgen voor verzoeker zal hebben. Volgens verzoeker is het café namelijk de enige inkomstenbron van het gezin. De voorzieningenrechter ziet hierin voldoende spoedeisend belang voor een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Regelgeving
10. De burgemeester kan het café tijdelijk sluiten in het belang van de openbare orde en openbare veiligheid, en als er vanuit het café feiten hebben voorgedaan die de openbare orde of het woon- en leefklimaat in de omgeving nadelig beïnvloeden of als aannemelijk is dat zich in de toekomst dergelijke feiten zullen voordoen, waardoor de openbare orde nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester heeft daarnaast ook een sluitingsbevoegdheid als de leefbaarheid in de omgeving van de openbare inrichting wordt aangetast of dreigt te worden aangetast. [1]
11. Volgens het Handhavingsarrangement bij de Horecanota bekijkt de burgemeester bij een eerste constatering van ernstig geweld tijdens de spoedsluiting of sluiting voor maximaal drie maanden nodig is. Onder ernstig geweld wordt onder meer verstaan incidenten met wapens en/of ernstig gewonde slachtoffers.
Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af?
12. Twee politieagenten hebben verzoeker herkend als de persoon die het slachtoffer met een stok heeft geslagen. Verzoeker betwist dit incident (in deze procedure) niet (meer). Evenmin betwist verzoeker dat het om een ernstig geweldsincident gaat. Het gaat verzoeker in deze zaak, zoals ook ter zitting uitdrukkelijk besproken, alleen om de vraag of dit incident een cafésluiting van drie maanden rechtvaardigt. Verzoeker vindt de sluitingsduur namelijk niet proportioneel en volgens hem had de burgemeester kunnen volstaan met een kortere sluitingsduur of een waarschuwing.
13.1.
Uit de rapportages van de politie blijkt dat er in het café ruzie is ontstaan, waarbij de partner van het slachtoffer drank om zich heen heeft gegooid. Verzoeker zou beide personen hebben gevraagd om het café te verlaten. Volgens de politie is het slachtoffer buiten het café aangevallen. Verzoeker heeft geen verklaring gegeven voor de gang van zaken, zodat de voorzieningenrechter zijn kant van het verhaal niet kan meenemen in haar beoordeling.
13.2.
Zoals uit de bestuurlijke rapportage en de processen-verbaal van bevindingen blijkt, heeft verzoeker zelf de confrontatie met het slachtoffer opgezocht. Het slachtoffer had namelijk zijn café al verlaten en het fysieke geweld heeft op straat plaatsgevonden. Verzoeker heeft hiermee niet de-escalerend gehandeld tijdens het geweldsincident en de burgemeester heeft hem dit mogen aanrekenen. Daarnaast heeft de burgemeester er ter zitting op gewezen dat verzoeker de stok heeft gekregen van de vrouw die achter de bar stond, zodat ook zij niet de-escalerend heeft opgetreden. Ook heeft verzoeker na het geweldsincident geen blijk gegeven maatregelen te nemen om een soortgelijk incident in de toekomst te voorkomen. De burgemeester heeft verder van belang kunnen achten dat het café in een gebied ligt dat onder het stedelijk gemiddelde op het gebied van veiligheid scoort en dat bovendien is aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Onder deze omstandigheden heeft de burgemeester geen aanleiding hoeven zien om een lichtere maatregel op te leggen.
13.3.
Verzoeker heeft gesteld dat hij failliet gaat als het café voor drie maanden gesloten blijft. Verzoeker heeft dit echter niet met bewijsstukken onderbouwd. De burgemeester heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat de financiële belangen van verzoeker niet opwegen tegen het algemeen belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid en het herstel van het woon- of leefklimaat.

Conclusie en gevolgen

14. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester het café gesloten mag houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.L. de Vette, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2025.
De griffier is verhinderd om de uitspraak
te tekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 2:30, eerste lid, aanhef en onder b en d, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam (APV), in samenhang met artikel 1:8, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de APV en artikel 2:28, zesde lid, aanhef en onder a en b, van de APV.