Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 14 mei 2025;
- het bericht met bijlage van de man van 16 september 2025;
- het verweerschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 17 september 2025.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam] .
2.De vaststaande feiten
- de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw is bepaald met ingang van de datum dat de man in de provincie Zeeland woont;
- met ingang van de datum dat de man in de provincie Zeeland woont, de zorgregeling tussen de minderjarige en de man zal zijn dat de minderjarige telkens drie achtereenvolgende weekenden van vrijdagmiddag na school tot zondagmiddag 16.00 uur bij de man (en daarna één weekend bij de vrouw) verblijft en 60% van de kinderschoolvakanties en de helft van de algemeen erkende inclusief christelijke feestdagen bij de man. De man en de vrouw nemen het halen en het brengen van de minderjarige ieder bij helfte voor hun rekening.
3.De beoordeling
- met de minderjarige naar de provincie Zeeland, regio Goes/Middelburg te verhuizen, waarbij de in genoemde beschikking van 14 december 2022 bepaalde zorgregeling met de vrouw van (wekelijks) vrijdag 16.00 uur tot zondag 19.00 uur gehandhaafd blijft,
- voor de inschrijving van de minderjarige in de BRP van de gemeente waarnaar de minderjarige verhuist en
- de minderjarige in de regio Goes/Middelburg in te schrijven op een basisschool (de rechtbank leest: de middelbare school).