ECLI:NL:RBROT:2025:12633

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
11821748 VV EXPL 25-447
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 RvRichtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens ernstige overlast en huurachterstand

Stichting Woonstad Rotterdam verhuurt een woning aan de gedaagde die langdurige en ernstige overlast veroorzaakt heeft in de buurt en een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd. De burgemeester heeft de woning tijdelijk gesloten wegens verstoring van de openbare orde. Woonstad heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en eist in kort geding ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand.

De kantonrechter stelt vast dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De overlast is voldoende aannemelijk gemaakt met politierapportages en meldingen van omwonenden. Ook is de huurachterstand van € 2.254,44 tot en met september 2025 bewezen. De ontruiming wordt bevolen binnen drie dagen na betekening van het vonnis.

De kantonrechter beoordeelt ambtshalve de algemene voorwaarden op oneerlijke bepalingen en vindt geen relevante onrechtmatigheden. De proceskosten van € 1.225,99 worden aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om snelle uitvoering te waarborgen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen, betaling van huurachterstand en lopende huur, en proceskosten; vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11821748 VV EXPL 25-447
datum uitspraak: 27 oktober 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonstad Rotterdam,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.J. Lichtenveldt,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 26 september 2025, met bijlagen.
1.2.
Op 13 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens Woonstad waren mevrouw [persoon A] en mevrouw [persoon B] (beiden sociaal beheerder) met mr. E.J. Lichtenveldt aanwezig. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak om?
2.1.
Woonstad verhuurt een woning aan [gedaagde] . Volgens Woonstad heeft [gedaagde] al langere tijd veel overlast veroorzaakt in de omgeving en aan de omwonenden. Ook heeft [gedaagde] een huurachterstand laten ontstaan. De burgemeester van Rotterdam heeft de woning op 28 juli 2025 wegens verstoring van de openbare orde voor de duur van twee weken gesloten. Woonstad heeft vervolgens met haar brief van 29 juli 2025 de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Hoewel [gedaagde] inmiddels een afstandsverklaring heeft getekend, wil Woonstad zekerheid verkrijgen over het vertrek van [gedaagde] uit de woning en de ontruiming daarvan. Daarom eist Woonstad in dit kort geding dat [gedaagde] wordt veroordeeld de woning te ontruimen en de huurachterstand te betalen.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Woonstad volgt dat deze spoed aanwezig is.
2.3.
De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro). Het is voldoende aannemelijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure zal oordelen dat Woonstad de huurovereenkomst met [gedaagde] op goede gronden buitengerechtelijk heeft ontbonden. Woonstad heeft haar stelling dat [gedaagde] ernstige en langdurige overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt voldoende aannemelijk gemaakt. De overlastklachten zijn door Woonstad uitvoerig onderbouwd, zowel door de politierapportage van 28 juli 2025 als door het overzicht van de door omwonenden ingediende overlastmeldingen. Het is daarom gerechtvaardigd [gedaagde] in deze procedure te veroordelen de woning te ontruimen.
2.4.
De ontruimingstermijn wordt bepaald op drie dagen nadat het vonnis is betekend.
[gedaagde] moet de huurachterstand betalen
2.5.
Woonstad heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan. Het door Woonstad geëiste bedrag van € 2.254,44 (de huurachterstand tot en met september 2025) wordt daarom toegewezen. Daarnaast moet [gedaagde] tot en met de dag van de ontruiming een huur van € 680,94 per maand betalen.
Er zijn geen oneerlijke bepalingen
2.6.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of in de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst oneerlijke bepalingen staan, zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 162,99 aan dagvaardingskosten, € 385,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.225,99. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Uit de beoordeling hiervoor volgt dat Woonstad de huurovereenkomst terecht heeft ontbonden wegens ernstige en langdurige overlast. Ook volgt daaruit dat Woonstad er een groot belang bij heeft dat de woning op korte termijn wordt ontruimd, onder meer om daarmee te voorkomen dat er in de toekomst nog overlast door [gedaagde] kan worden veroorzaakt in of vanuit de woning. Daarom wordt dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad € 2.254,44 aan huurachterstand tot en met september 2025 te betalen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad om € 680,94 per maand te betalen met ingang van de maand oktober 2025 tot de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.225,99;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
44487