VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een achterstallige premie van € 211,40, buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40, wettelijke rente en proceskosten van gedaagde. Gedaagde erkent de premie te willen betalen maar betwist de incassokosten en proceskosten vanwege het ontbreken van eerdere brieven.
De kantonrechter oordeelt dat VGZ voldoende bewijs heeft geleverd dat de premie verschuldigd is en dat meerdere aanmaningen zijn verzonden, waardoor de incassokosten terecht zijn toegewezen. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen vanaf de datum van de eerste betalingsachterstand.
De proceskosten worden aan de zijde van VGZ begroot op € 480,39 en komen voor rekening van gedaagde omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat VGZ direct kan incasseren, ook bij hoger beroep.