De zaak betreft een huurachterstand van €4.083,83 door gedaagden die van juni tot november 2023 een woning huurden van Woonplus. Woonplus vordert betaling van de achterstallige huur, incassokosten en wettelijke rente. Partijen zijn een betalingsregeling overeengekomen, maar Woonplus verzoekt de kantonrechter alsnog te oordelen over de vorderingen en de geldigheid van bepaalde bedingen.
De kantonrechter oordeelt dat de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente niet toewijsbaar zijn omdat de overeenkomst en algemene voorwaarden oneerlijke bepalingen bevatten. Zo is het incassobeding onredelijk omdat het Woonplus meer incassokosten toekent dan wettelijk toegestaan. Ook het boetebeding in de algemene voorwaarden is oneerlijk omdat het een boete oplegt bovenop de wettelijke rente bij te late betaling.
De kantonrechter wijst deze kosten af en houdt verdere beslissing aan, omdat meer informatie nodig is over de betalingsregeling en de standpunten van partijen. Woonplus krijgt de gelegenheid om zich nader uit te laten over de openstaande punten, waarna gedaagden kunnen reageren. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.