De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds 2018 onder voogdij van haar oma moederszijde verblijft. De GI stelde dat de huidige situatie onvoldoende ondersteuning biedt voor de mentale en fysieke gezondheid van de minderjarige, die zichtbaar is afgevallen en traumatische ervaringen heeft door de aanwezigheid van haar moeder bij de oma. De GI vond een plaatsing op een zorgboerderij nabij de school en het woongebied van de minderjarige passend.
De oma voerde verweer en stelde dat de minderjarige inmiddels een stabiel leven heeft opgebouwd in haar woonplaats met school, stage en sociale contacten. Zij benadrukte dat zij sinds juli 2025 geen alcohol meer drinkt en voldoende voor de minderjarige kan zorgen. De kinderrechter hield rekening met de afgenomen zorgen, de reistijd naar de zorgboerderij en het duidelijke verzet van de minderjarige tegen de plaatsing.
De kinderrechter concludeerde dat de situatie bij de oma niet onveilig of instabiel is en dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet noodzakelijk is. Het verzoek van de GI werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.