In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam op 6 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, te verlenen. De minderjarige verblijft bij haar oma aan moederszijde, die sinds juli 2025 geen alcohol meer drinkt en naar eigen zeggen goed voor haar kan zorgen. De kinderrechter heeft de procedure met gesloten deuren gevoerd, waarbij de oma en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig waren. Tijdens de zitting is de minderjarige gehoord, en de kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over haar welzijn en ontwikkeling zijn verminderd sinds de ondertoezichtstelling. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de situatie bij de oma niet onveilig of instabiel genoeg is om een uithuisplaatsing noodzakelijk te maken. De kinderrechter heeft het verzoek van de GI dan ook afgewezen, met de overweging dat de minderjarige een hechte band heeft met haar oma en dat een verhuizing naar een zorgboerderij, die op 40 kilometer afstand ligt, niet in haar belang zou zijn. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 13 oktober 2025.