ECLI:NL:RBROT:2025:12654

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/706249 / JE RK 25-1848
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens welzijns- en gedragsproblemen

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, vanwege zorgen over haar welzijn en ontwikkeling. De minderjarige gaat al langere tijd niet naar school, heeft geen dagbesteding en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. Daarnaast vertoont zij verbaal en fysiek agressief gedrag, waar de moeder moeite mee heeft om dit te begrenzen.

Tijdens de zitting op 6 oktober 2025, waarbij de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aanwezig waren, stemt de moeder in met het verzoek. De jeugdreclasseerder is tevens beschikbaar als vaste jeugdbeschermer, wat meer ruimte biedt voor passende hulpverlening en dagbesteding.

De kinderrechter oordeelt dat de zorgen complex en langdurig zijn en de draagkracht van de moeder overstijgen. Gezien de betrokkenheid van de jeugdreclasseerder en het belang van passende hulpverlening, wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden uitgesproken en direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld voor twaalf maanden met directe uitvoerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706249 / JE RK 25-1848
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 8 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI) [vertegenwoordiger 2] (telefonisch).
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Er bestaan zorgen over het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] . Zij gaat al langere tijd niet naar school, heeft geen dagbesteding en is meermalen in aanraking gekomen met de politie. [minderjarige] kan zich verbaal en fysiek agressief uiten en de moeder vindt het lastig om haar hierin te begrenzen en te sturen. Naast de betrokkenheid van de jeugdreclasseerder is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] nodig. De betrokken jeugdreclasseerder kan dan wellicht als vaste jeugdbeschermer voor [minderjarige] optreden. Een ondertoezichtstelling biedt meer ruimte voor de inzet van hulpverlening.

4.De standpunten

4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De jeugdreclasseerder die bij [minderjarige] betrokken is, is ook als vaste jeugdbeschermer voor haar beschikbaar. Het is belangrijk om voor [minderjarige] passende dagbesteding te vinden en (ambulante) hulpverlening in te zetten. De moeder staat hiervoor open, maar het lukt haar niet altijd om zich volledig in te zetten. Een ondertoezichtstelling kan hierbij helpend zijn.
4.2.
De moeder stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad. Zij wil aan alle inzet van hulpverlening meewerken, maar maakt zich wel zorgen om de tijd die ze hieraan kwijt is in combinatie met haar baan.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er forse zorgen bestaan om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] gaat al langere tijd niet naar school, heeft geen dagbesteding en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. [minderjarige] kan zich verbaal en fysiek agressief uiten en de moeder vindt het lastig om haar hierin te begrenzen en te sturen. De forse zorgen over [minderjarige] bestaan al langere tijd, zijn complex en overstijgen de draagkracht van de moeder en de mogelijkheden van het vrijwillige kader. Er is al een jeugdreclasseerder bij [minderjarige] betrokken. Het is noodzakelijk dat voor [minderjarige] een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, zodat de jeugdreclasseerder ook als vaste jeugdbeschermer voor [minderjarige] kan optreden en meer ruimte heeft om passende hulpverlening in te zetten en passende dagbesteding voor [minderjarige] te zoeken.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 6 oktober 2025 tot 6 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 13 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.