De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt om een ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, vanwege zorgen over haar welzijn en ontwikkeling. De minderjarige gaat al langere tijd niet naar school, heeft geen dagbesteding en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie. Daarnaast vertoont zij verbaal en fysiek agressief gedrag, waar de moeder moeite mee heeft om dit te begrenzen.
Tijdens de zitting op 6 oktober 2025, waarbij de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aanwezig waren, stemt de moeder in met het verzoek. De jeugdreclasseerder is tevens beschikbaar als vaste jeugdbeschermer, wat meer ruimte biedt voor passende hulpverlening en dagbesteding.
De kinderrechter oordeelt dat de zorgen complex en langdurig zijn en de draagkracht van de moeder overstijgen. Gezien de betrokkenheid van de jeugdreclasseerder en het belang van passende hulpverlening, wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van twaalf maanden uitgesproken en direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.