Eiser heeft het college verzocht om maatwerkvoorschriften vast te stellen die het gebruik van een specifieke tractor binnen 100 meter van zijn woning verbieden vanwege geluidsoverlast. Het college wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte. De rechtbank oordeelt dat eiser ten onrechte niet persoonlijk is gehoord tijdens de bezwaarprocedure, waardoor het beroep gegrond is en het bestreden besluit deels wordt vernietigd.
Daarnaast heeft het college niet tijdig beslist op het handhavingsverzoek en het bezwaar tegen het niet toekennen van een dwangsom. De rechtbank stelt daarom een dwangsom van €1.442,- vast. De rechtbank laat de overige rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het college het verzoek om maatwerkvoorschriften in redelijkheid heeft kunnen afwijzen gezien een eerder vastgesteld besluit met nieuwe maatwerkvoorschriften en een geluidrapport.
Eiser had ook een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend, maar dit wordt afgewezen omdat reeds in een andere zaak een vergoeding is toegekend. Het college wordt verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J. Fransen op 27 oktober 2025.