De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds 29 september 2025 op een crisisgroep verblijft. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemt in met de voortzetting van de hulp.
Tijdens de zitting op 7 oktober 2025, die met gesloten deuren plaatsvond, waren vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling en de Raad aanwezig, evenals de advocaat van de moeder. De moeder was niet aanwezig maar had zich correct laten oproepen. De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en de situatie beoordeeld.
De kinderrechter constateert dat de moeder momenteel geen veilige thuissituatie kan bieden en dat er geen passend netwerk beschikbaar is. De crisisgroep biedt de minderjarige rust en stabiliteit, wat noodzakelijk is voor zijn toekomstperspectief. Daarom is verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 29 december 2025 noodzakelijk en wordt deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak of betekening.