Op 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2009, die momenteel verblijft op een crisisgroep van Enver. De moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, heeft ingestemd met de hulpverlening en de noodzakelijke maatregelen. De kinderrechter heeft eerder op 29 september 2025 een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen voor drie maanden en om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor dezelfde duur. Tijdens de zitting op 7 oktober 2025 was de moeder niet aanwezig, maar haar advocaat en vertegenwoordigers van de GI en de Raad waren wel aanwezig. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de huidige situatie van de minderjarige, die geen veilige thuissituatie kan bieden, een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk maakt. De kinderrechter heeft de machtiging verleend tot 29 december 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.