ECLI:NL:RBROT:2025:12680

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/707456 / JE RK 25-1996
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over uithuisplaatsing van een minderjarige na spoedbeslissing

Op 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2009, die momenteel verblijft op een crisisgroep van Enver. De moeder, die belast is met het ouderlijk gezag, heeft ingestemd met de hulpverlening en de noodzakelijke maatregelen. De kinderrechter heeft eerder op 29 september 2025 een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om de minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen voor drie maanden en om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor dezelfde duur. Tijdens de zitting op 7 oktober 2025 was de moeder niet aanwezig, maar haar advocaat en vertegenwoordigers van de GI en de Raad waren wel aanwezig. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de huidige situatie van de minderjarige, die geen veilige thuissituatie kan bieden, een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk maakt. De kinderrechter heeft de machtiging verleend tot 29 december 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707456 / JE RK 25-1996
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over het horen op de spoedbeslissing en een vervolg uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad.
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. N. Aydogan-Kütük, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 29 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de brief van [minderjarige] , overgelegd tijdens het gesprek met de kinderrechter op 7 oktober 2025
1.2.
Op 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de advocaat van de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een crisisgroep van Enver.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 september 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 29 december 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 29 september 2025 tot 27 oktober 2025. De beslissing is voor het overige aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Hierover is reeds beslist. Thans dienen de partijen hierop nog te worden gehoord. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden. Hiervan zijn reeds met spoed vier weken verleend. Over de periode tot 29 december 2025 moet nog worden beslist.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft zijn verzoek ter zitting en licht dit nader toe. [minderjarige] verblijft momenteel op een crisisopvang en heeft geen andere plek om naar toe te gaan. Het is de bedoeling dat er een vervolgplek voor hem wordt gevonden, maar daar is nog meer tijd voor nodig. In de tussentijd is het belangrijk dat [minderjarige] op de crisisgroep kan blijven, waar hij de hulp en ondersteuning krijgt die hij nodig heeft.
4.2.
De GI stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. Deze week vindt er een overleg plaats met diverse zorgaanbieders om een passende vervolgplek voor [minderjarige] te vinden. Afhankelijk van het overleg, en welke zorgaanbieder passend wordt geacht, zullen er meer zaken in gang worden gezet zoals het regelen van een bankpas. Er wonen familieleden van [minderjarige] in Nederland, maar om verschillende redenen is een verblijf bij een van hen niet passend of mogelijk. Op school gaat het goed met [minderjarige] . De school geeft aan dat hij een rustige en beleefde jongen is. Ook op de crisisgroep zijn de kinderen en de groepsleiding positief over [minderjarige] .
4.3.
Namens de moeder wordt ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. De moeder is blij dat [minderjarige] de hulp krijgt die hij nodig heeft en hoopt dat dit wordt voortgezet.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Maroune heeft de afgelopen maanden op veel verschillende plekken verbleven en had een tijd geen vaste woon- of verblijfplaats. Sinds eind september verblijft [minderjarige] op een crisisgroep van Enver. Hoewel het voor de langere termijn geen passende plek is voor [minderjarige] , biedt de crisisgroep [minderjarige] rust en doet hij het goed. De moeder kan [minderjarige] op dit moment geen veilige thuissituatie bieden. Ook is er geen passend netwerk in Nederland waar [minderjarige] kan verblijven. Het is belangrijk dat [minderjarige] de komende tijd op de crisisgroep van Enver kan blijven en dat er in de tussentijd gezocht wordt naar een passende vervolgplek. Ter zitting is gebleken dat de GI al hard aan de slag is om een en ander voor elkaar te krijgen. [minderjarige] is gebaat bij rust en stabiliteit, zodat hij kan werken aan zijn toekomstperspectief.
5.3.
Een machtiging tot uithuisplaatsing is daarom nodig. De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de resterende periode, te weten tot 29 december 2025.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 29 december 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2025 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Laurensse en L.N. van Geest als griffiers, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).