Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
nietis losgeraakt van de achterliggende constructie. De andersluidende constatering van de inspecteurs, zoals die blijkt uit het primaire besluit, was dus feitelijk onjuist. Juist is dat Hageman niet onder de tijdsdruk stond die op 5 maart 2023 aan de orde was (of in elk geval werd ervaren), maar niet gesteld of gebleken is dat de waarnemingen die Hageman heeft gedaan niet ook al op of zeer kort na 5 maart 2023 gedaan hadden kunnen worden. Dit geldt uiteraard voor de ankers op de onderste verdiepingsvloer, omdat die direct met het blote oog zichtbaar waren, maar voor de hoger gelegen verdiepingen is dit niet anders. Daarvoor was immers niet meer nodig dan het boren van inspectiegaten. Verder heeft Hageman met waterpasmetingen geconstateerd dat de voorgevel vrijwel loodrecht stond. Dit is een waarneming die ook direct op 5 maart 2023 had kunnen worden gedaan. Dat er in het pand veel scheuren aanwezig waren, zegt in dit geval niet veel. Niet ter discussie staat dat in het pand al scheuren zaten vóór het begin van de werkzaamheden van [eiser] en de bestuurder van [eiser] heeft onbetwist verklaard dat hij tijdens de rondgang in het gebouw met de inspecteurs geen noemenswaardige verschillen zag met de vrijdag ervoor, dus ruim een dag vóór de knal.