ECLI:NL:RBROT:2025:12747
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening aanvraag parkeervergunning bewoner wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een parkeervergunning bewoner, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat er een parkeervoorziening bij het pand hoort. Verzoeker kan echter geen gebruik meer maken van deze parkeervoorziening vanwege opzegging van een overeenkomst met de gemeente.
Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om met ingang van 1 november 2025 een parkeervergunning te verkrijgen, omdat hij anders op straat moet parkeren tegen hoge kosten. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat het financiële belang niet leidt tot een acute noodsituatie en verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij dagelijks hoge parkeerkosten zal maken.
Daarnaast is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig omdat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden uit het Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2025. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af en het college hoeft voorlopig geen parkeervergunning te verstrekken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evidente onrechtmatigheid van het besluit.