ECLI:NL:RBROT:2025:12748
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening aanvraag zorg Wet langdurige zorg wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is afgewezen. Zij heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om de zorg tijdelijk toe te kennen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een spoedeisend belang dat niet kan wachten op de beslissing op bezwaar. De huidige zorg wordt door haar dochter en echtgenoot verzorgd, en er is geen duidelijk bewijs dat deze zorg ontoereikend is. Tevens is gewezen op mogelijke alternatieve zorg via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Zorgverzekeringswet.
Omdat het spoedeisend belang ontbreekt, kan alleen bij evident onrechtmatigheid van het besluit een voorlopige voorziening worden getroffen. De voorzieningenrechter acht het besluit van het CIZ niet evident onrechtmatig, mede omdat dit gebaseerd is op medisch advies en onderzoek. Daarom wordt het verzoek afgewezen en hoeft het CIZ voorlopig geen zorg te verstrekken op grond van de Wlz.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.