ECLI:NL:RBROT:2025:12761

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
10/335919-21
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 SrArt. 45 lid 1 SrArt. 47 lid 1 SrArt. 287 SrArt. 285 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Integrale vrijspraak medeplegen poging doodslag, bedreiging, wapen- en drugbezit

Op 2 oktober 2025 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte geboren in 1994. Verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van poging tot doodslag, bedreiging met een vuurwapen, wapenbezit en bezit van verdovende middelen.

De officier van justitie had gevorderd vrijspraak voor enkele feiten, maar veroordeelde verdachte tot vijf maanden gevangenisstraf voor het bezit van een vuurwapen. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om de tenlasteleggingen wettig en overtuigend vast te stellen. Met name werd twijfel geuit over de wetenschap en beschikkingsmacht van verdachte over het aangetroffen wapen.

De rechtbank sprak verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De inbeslaggenomen telefoons werden gelast terug te geven aan verdachte. De kosten van de procedure werden begroot op nihil.

Deze uitspraak benadrukt het belang van voldoende en overtuigend bewijs voor veroordeling, vooral bij complexe strafzaken met meerdere tenlasteleggingen en bewijsvragen.

Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10/335919-21
Datum uitspraak: 2 oktober 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsvrouw mr. M.J.A. Beukers-Bouten, advocaat te Eindhoven.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 oktober 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. T.M. Rethmeier heeft gevorderd:
  • vrijspraak van het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Vrijspraak ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde
4.2.1.
Standpunt officier van justitie
Aangevoerd is dat het wapen in de ladekast lag dat naast het bed stond waarin de verdachte is aangetroffen. In de lade lag mannenondergoed. Ook is het rijbewijs van de verdachte in de nabijheid aangetroffen. Onder die omstandigheden kan worden gesteld dat de verdachte ook de beschikkingsmacht had over het wapen dat in de lade lag. Dat er geen DNA van de verdachte is aangetroffen op het wapen, doet daar niet aan af.
4.2.2.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte van het onder 4 ten laste gelegde vrij moet worden gesproken, nu de rechtbank in onvoldoende mate van zekerheid kan vaststellen dat de verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over het wapen had.
4.2.3.
Conclusie
Het onder 4 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoons terug te geven aan de verdachte.
5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft betoogd dat de in beslag genomen telefoons dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.
5.3.
Beoordeling
Ten aanzien van de in beslag genomen telefoons zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

6.Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij heeft geen schadebedrag gevorderd.
6.1.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het onder feit 1 ten laste gelegde.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.
6.2.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

7.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

8.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van:
1. 1 STK GSM
(Omschrijving: G6317385, zwart, merk: alcatel)
2. 1 STK GSM
(Omschrijving: G6317396, wit, merk: iphone)
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. L. Feraaune en F.P.J. Schoonen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op of omstreeks 8 oktober 2021 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer]
opzettelijk
van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door
- met een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, in de
richting van die [slachtoffer] en/of van de (personen)auto waar die [slachtoffer] zich op dat
moment in bevond, heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 302 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid Pro 1
ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
(art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid Pro 1
ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
2
hij
op of omstreeks 8 oktober 2021 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ of met zware mishandeling,
door een vuurwapen te trekken en/of deze aan die [slachtoffer] te tonen;
(art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij,
in of omstreeks de periode van 08 oktober 2021 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op art. 2 lid 1 van Pro categorie III
onder 1° van de Wet wapens en munitie,
te weten een omgebouwd gaspistool, van het merk ZORAKI, origineel kaliber
onbekend, naar een kogel verschietend pistool, kaliber 9 mm Browning,
en/of
voor dit vuurwapen geschikte munitie
in de zin van artikel 1 onder Pro 4, gelet op art. 2 lid 2 van Pro categorie III onder 1 ° van de
Wet wapens en munitie,
te weten een of meerdere kogelpatronen, kaliber 9mm Browning,
voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie)
4
hij,
op of omstreeks 14 december 2021 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3°, gelet op art. 2 lid 1 van Pro categorie III
onder 1° van de Wet wapens en munitie,
te weten een omgebouwd gaspistool, ZORAKI M 906, origineel kaliber 9mm PAK,
naar een kogel verschietend pistool, kaliber 7.65 mm,
en /of
voor dit vuurwapen geschikte munitie
in de zin van artikel 1 onder Pro 4, gelet op art. 2 lid 2 van Pro categorie III onder 1 ° van de
Wet wapens en munitie,
te weten vier kogelpatronen, althans een of meer kogelpatronen, kaliber 7.65mm,
voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie)
5
hij
op of omstreeks 14 december 2021 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 110,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram
hennep, zijnde hennep
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht)