ECLI:NL:RBROT:2025:12766

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
C/10/707719 / FA RK 25-7467
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging verleend voor veertienjarig meisje met anorexia nervosa en OCD

De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor een veertienjarig meisje met anorexia nervosa en een obsessieve-compulsieve stoornis (OCD).

De rechtbank baseerde zich op medische verklaringen, het zorgplan en een gesprek met de minderjarige, haar advocaat, moeder, behandelaars en mentor. Ondanks het verzet van de minderjarige en haar advocaat oordeelde de rechtbank dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, af te wenden.

De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van voeding en medicatie, beperking van bewegingsvrijheid inclusief fixatie, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie. De rechtbank wees ook op de noodzaak van cameratoezicht bij insluiting en verwierp het verzoek om de machtiging slechts voor een half jaar te verlenen, omdat een termijn van een jaar passend en noodzakelijk is.

De zorgmachtiging is verleend tot en met 21 oktober 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte zorg aan een veertienjarig meisje met anorexia nervosa en OCD.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/707719 / FA RK 25-7467
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 oktober 2025 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2011, [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [verblijfplaats] ,
advocaat mr. S. Epema te Capelle aan den IJssel.

1.Procesverloop

1.1.
De rechtbank kreeg op 2 oktober 2025 een verzoek van de officier, met daarbij deze stukken:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 24 september 2025;
  • de niet ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 16 september 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • het bericht dat [minderjarige] niet bekend is bij politie en justitie.
1.2.
Op 21 oktober 2025 heeft de rechtbank gesproken met:
  • [minderjarige] en haar advocaat;
  • [naam 2] , kind- en jeugdpsychiater, verbonden aan het Erasmus MC;
  • [naam 3] , de mentor van [minderjarige] .
[minderjarige] ’s moeder was er ook bij, net als een paar collega’s van [naam 2] .
1.3.
De officier kwam niet, omdat hij dat niet nodig vond.

2.Beoordeling

2.1.
Op 28 mei 2025 heeft de rechtbank Noord-Holland een zorgmachtiging verleend tot en met 28 november 2025. De officier heeft op 2 oktober 2025 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
De advocaat heeft verklaard dat [minderjarige] geen zorgmachtiging wil en dat de rechtbank daarom geen zorgmachtiging moet afgeven. De rechtbank geeft toch een zorgmachtiging en legt hierna uit waarom. De rechtbank gaat af op
  • wat er over [minderjarige] is geschreven in de stukken;
  • wat [minderjarige] zelf heeft gezegd tijdens het gesprek in het ziekenhuis;
  • wat anderen toen namens en over [minderjarige] hebben gezegd.
2.3.
[minderjarige] heeft een psychische stoornis, te weten anorexia nervosa en een obsessieve-compulsieve stoornis. Dat eerste betekent dat zij niet zelfstandig in staat is voldoende te eten en te drinken. Het tweede betekent dat zij bepaalde gedachten heeft die ze zelf niet tegen kan houden en daarom bepaalde dingen niet wil doen, of juist wel wil doen op een bepaalde specifieke manier (dwanghandelingen).
2.4.
Het gedrag van [minderjarige] leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en een ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van [minderjarige] . Dat betekent, kort gezegd, dat [minderjarige] ’s gedrag heel gevaarlijk is voor haarzelf.
2.4.1.
Het lukt [minderjarige] niet om zelfstandig te eten en te drinken. In januari 2025 is zij opgenomen in het Erasmus MC (EMC), omdat zij weigerde te eten en veel gewicht was verloren. Al langere tijd proberen de mensen van het EMC te zorgen dat het beter gaat met [minderjarige] . Soms gaat het wel wat beter, maar helemaal goed is het nog niet.
2.4.2.
Wat een beetje goed gaat, is [minderjarige] ’s gewicht. De sondevoeding, drie keer per dag, heeft ervoor gezorgd dat [minderjarige] een gezond gewicht heeft bereikt. Het blijft nog wel lastig, want [minderjarige] eet geen gewoon voedsel.
2.4.3.
Als de mensen van het EMC proberen de dwanghandelingen van [minderjarige] aan te pakken, loopt de spanning soms heel hoog op. [minderjarige] kan dan agressief worden naar anderen, maar ook naar zichzelf. Het was ook nodig om [minderjarige] dan in een aparte kamer onder te brengen. Aan de andere kant: als er niets gebeurt, wordt het alleen maar moeilijker om [minderjarige] ’s problemen op te lossen.
2.4.4.
Niet genoeg eten is gevaarlijk voor [minderjarige] , omdat een lichaam niet goed kan functioneren zonder voldoende eten en drinken. [minderjarige] ’s problemen zitten haar behoorlijk in de weg. Daardoor kan ze zich niet goed ontwikkelen. Ze gaat nu bijvoorbeeld niet naar school, kan niet sporten en ziet weinig vrienden of familie.
2.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft [minderjarige] zorg nodig.
2.6.
[minderjarige] zegt zelf dat ze niet geholpen wil worden. Dat betekent dat vrijwillige zorg niet kan. Daarom is verplichte zorg nodig, ook al wil [minderjarige] dat zelf liever niet.
2.7.
De officier heeft verschillende vormen van zorg (zorgvormen) gevraagd. Hij heeft die vraag gebaseerd op de stukken. In die stukken zitten het verslag van de onafhankelijk psychiater die heeft gesproken met [minderjarige] (de medische verklaring), het zorgplan van de behandelaren en een brief van de geneesheer-directeur. De rechtbank heeft de stukken en de zorgvormen besproken met [minderjarige] .
2.7.1.
De advocaat van [minderjarige] heeft gezegd dat de zorgvorm ‘insluiten’ niet moet worden opgenomen in de machtiging. Als insluiten echt nodig is (insluiten is dat [minderjarige] op een aparte kamer moet blijven), moet er maar een noodmaatregel worden genomen.
2.7.2.
De rechtbank is het daar niet mee eens. De behandeling van [minderjarige] zorgt er soms voor dat de spanning heel hoog oploopt en dan kan het nodig zijn om [minderjarige] in een aparte kamer te laten verblijven. Dat is dan veiliger voor haar en voor haar omgeving. Die behandeling is zwaar, maar is wel nodig. Daarom moet de rechtbank er rekening mee houden dat het nodig kan zijn [minderjarige] in een aparte kamer te laten verblijven.
2.7.3.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, inclusief – als dat nodig is – fixatie;
  • het insluiten;
  • het uitoefenen van toezicht;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat [minderjarige] iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
  • het opnemen in een accommodatie.
In de kennisgeving van de mondelinge uitspraak is per ongeluk opgenomen dat fixatie deel uitmaakt van de zorgvorm “het aanbrengen van beperkingen”. Met deze schriftelijke uitwerking wordt dit verbeterd.
2.7.4.
Met betrekking tot de vorm van verplichte zorg die ziet op het uitoefenen van toezicht merkt de rechtbank nog op dat het zorgplan moet worden gewijzigd, omdat deze zorgvorm nu niet in het zorgplan staat (artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro). Het is wel nodig, omdat bij insluiten cameratoezicht hoort, zodat [minderjarige] ’s veiligheid niet in gevaar komt.
2.8.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen lichtere opties die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van [minderjarige] aan het maatschappelijk leven te bevorderen, en met haar veiligheid.
2.9.
Er is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
2.10.
Ten slotte heeft de advocaat van [minderjarige] gevraagd om de zorgmachtiging voor maar een half jaar af te geven. Een jaar is namelijk een heel lange termijn voor een meisje van veertien.
2.10.1.
De rechtbank geeft toch een machtiging voor de duur van een jaar. De rechtbank verwacht namelijk niet dat de situatie over een half jaar zo verbeterd is, dat een zorgmachtiging niet meer nodig is. De termijn van een jaar is aan de ene kant heel lang, maar aan de andere kant ook een heel natuurlijke termijn in het leven: de seizoenen, de feesten, de vakanties, school, werk: heel veel draait in termijnen van een jaar. Daarom is deze termijn te overzien.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [minderjarige] ;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.7.3. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 oktober 2026.
Deze beschikking is op 21 oktober 2025 mondeling gegeven door mr. drs. J. van den Bos, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. de Visser, griffier, en op 31 oktober 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.