In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 3 november 2025, in de zaak tussen FVH Facility B.V. en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft haar beroep ingetrokken nadat verweerder op 28 januari 2025 alsnog een besluit heeft genomen op haar verzoek om herbeoordeling. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, maar verweerder heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe, omdat verweerder geheel is tegemoetgekomen aan verzoekster door alsnog een besluit te nemen. De rechtbank legt uit dat wanneer een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de indiener is tegemoetgekomen, de bestuursrechter op verzoek van de indiener het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. In dit geval heeft verzoekster recht op een vergoeding van haar proceskosten, die is vastgesteld op € 453,50. Daarnaast is verweerder verplicht om het door verzoekster betaalde griffierecht van € 371,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A. Dingemanse, in aanwezigheid van griffier L. van Zuijlekom, en is openbaar uitgesproken op 3 november 2025.