Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 12 augustus 2025), met bijlagen
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de e-mail van de gemachtigde van [verzoekster] van 15 september 2025.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak verzoekt [verzoekster] de kantonrechter te Rotterdam om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen in verband met schade die zij zou hebben opgelopen tijdens haar werkzaamheden voor Schakenbosch Zorg voor Jeugdigen B.V. Schakenbosch betwist de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam.
De kantonrechter overweegt dat het verzoek betrekking heeft op een arbeidsgeding over aansprakelijkheid van Schakenbosch als werkgever, welke door de kantonrechter behandeld dient te worden. De bevoegde rechter is de kantonrechter van de woonplaats van de gedaagde of de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht. Gezien de vestiging van Schakenbosch in de gemeente Leidschendam-Voorburg, die valt onder het arrondissement van de rechtbank Den Haag, is de kantonrechter te Den Haag bevoegd.
Daarnaast kan het verzoek ook worden gedaan aan de rechter binnen wiens rechtsgebied de getuigen wonen of verblijven. Omdat de woonplaatsen van de getuigen niet zijn vermeld, kan dit niet worden beoordeeld, maar vermoedelijk liggen die ook niet in het rechtsgebied van Rotterdam.
Daarom verklaart de kantonrechter Rotterdam zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter te Den Haag. De griffier wordt opgedragen de processtukken door te zenden. De beschikking is gegeven door kantonrechter S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De kantonrechter Rotterdam verklaart zich onbevoegd en verwijst het verzoek om voorlopig getuigenverhoor naar de kantonrechter te Den Haag.