ECLI:NL:RBROT:2025:12828

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
11807168 CV EXPL 25-15840
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:82 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgverzekeraar vordert betaling eigen risico zorgkosten en proceskosten

In deze zaak vordert Zilveren Kruis Zorgverzekeringen betaling van €138,72 aan zorgkosten die zij voor gedaagde heeft voorgeschoten en die onder het eigen risico vallen. Tevens eist zij rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Gedaagde betwist de vordering, verwijzend naar een mededeling van een medewerker dat er geen openstaande schuld was en stelt dat de factuur kwijtgescholden zou zijn vanwege de toeslagenaffaire. De rechtbank stelt vast dat de zorgkosten wel zijn betaald door Zilveren Kruis en dat deze onder het eigen risico vallen, waardoor gedaagde deze moet betalen. De stelling dat de schuld is kwijtgescholden wordt niet onderbouwd.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde de betalingsherinnering van 1 maart 2022 wel heeft ontvangen, maar bewust niet heeft geopend, waardoor zij rente moet betalen vanaf 16 maart 2022. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden beperkt toegekend tot €25,-, omdat niet is vastgesteld dat een aanmaningsbrief is ontvangen. De proceskosten worden volledig aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €138,72 plus rente vanaf 16 maart 2022, incassokosten van €25,- en proceskosten van €381,14.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11807168 CV EXPL 25-15840
datum uitspraak: 31 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: drs. M.D. Brouwers MSc,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] , Zuid-Holland,
gedaagde,
die zelf procedeert.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 juli 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde] , met de brief die ze toen heeft overhandigd;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de mail van [gedaagde] van 29 september 2025.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
In 2021 had [gedaagde] een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Zilveren Kruis stelt dat zij € 138,72 aan zorgkosten heeft betaald voor [gedaagde] . Ze eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om die kosten aan haar te betalen, omdat die onder haar eigen risico vallen. Ook vindt zij dat [gedaagde] buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten moet betalen.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Volgens haar heeft een medewerker van Zilveren Kruis begin 2022 gezegd dat er niets meer openstond. Daarnaast zegt [gedaagde] dat ze niet op de hoogte was van deze factuur en dat deze is kwijtgescholden.
[gedaagde] moet de factuur van € 138,72 betalen
2.3.
In de repliek heeft Zilveren Kruis duidelijk gemaakt over wat voor kosten deze zaak gaat. Uit de specificatie blijkt dat het gaat om zorgkosten van [gedaagde] bij Benu Apotheek Charlois en Apotheek Amstelkwartier. Zilveren Kruis heeft die kosten vergoed, maar ze vallen onder het eigen risico van [gedaagde] , stelt Zilveren Kruis. Daarom brengt Zilveren Kruis ze nu bij [gedaagde] in rekening.
2.4.
[gedaagde] heeft niet ontkend dat Zilveren Kruis die zorgkosten voor haar heeft betaald en dat dit onder haar eigen risico valt. Daarom staat dit vast. In principe moet ze die kosten dus nog betalen.
2.5.
Volgens [gedaagde] heeft een medewerker van Zilveren Kruis op 17 januari 2022 gezegd dat er niets meer open stond. Mogelijk bedoelt ze daarmee dat Zilveren Kruis daarom dit geld nu niet meer kan eisen. Die redenering gaat niet op. Volgens Zilveren Kruis zijn de zorgkosten pas na 17 januari 2022 bij Zilveren Kruis in rekening gebracht. De factuur voor deze kosten is ook pas van 26 januari 2022. [gedaagde] heeft in haar mail aangegeven dat die factuur al wel zichtbaar was in het systeem. Waar zij dat op baseert heeft zij niet uitgelegd. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat deze kosten op 17 januari 2022 nog niet bekend waren bij Zilveren Kruis. Dat Zilveren Kruis toen heeft gezegd dat er niets meer open stond betekent daarom niets voor deze eis. De kantonrechter kan zich wel voorstellen dat het voor [gedaagde] verwarrend was dat ze zo kort hierna alsnog een rekening kreeg, maar daar had ze navraag naar kunnen doen.
2.6.
[gedaagde] heeft er ook nog op gewezen dat zij slachtoffer is van de toeslagenaffaire. Volgens haar is daarom deze schuld kwijtgescholden. Dat heeft zij echter niet met stukken onderbouwd. Het blijkt in ieder geval niet uit de brief die ze heeft overhandigd. Daarin staat dat schulden tot 1 juni 2021 misschien worden afgelost. Deze schuld is pas van daarna. Ook de stelling dat Zilveren Kruis de schuld niet heeft aangemeld bij SBN heeft geen gevolgen. Nergens blijkt uit dat Zilveren Kruis dat moest doen.
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
Zilveren Kruis wil dat [gedaagde] rente betaalt vanaf de vervaldag van de factuur. [gedaagde] zegt echter dat ze deze factuur nooit heeft ontvangen. Zilveren Kruis heeft daarop niet duidelijk gemaakt waaruit blijkt dat [gedaagde] die wel heeft ontvangen. Dit staat daarom niet vast.
2.8.
Op 1 maart 2022 heeft Zilveren Kruis een betalingsherinnering gemaild aan [gedaagde] . De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] die wel heeft gehad, omdat zij heeft aangegeven dat ze wel mails heeft gehad. Dat zij ervoor heeft gekozen om die niet te openen is haar risico. In de mail staat dat [gedaagde] binnen 15 dagen moet betalen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom moet [gedaagde] vanaf 16 maart 2022 rente betalen (artikel 6:82 en Pro 6:119 BW).
2.9.
Volgens Zilveren Kruis is de rente € 24,19 berekend tot 4 juli 2025. Ze heeft niet duidelijk gemaakt vanaf welke datum ze dit heeft berekend. Daarom wordt dat bedrag afgewezen en wordt de rente toegewezen vanaf 16 maart 2022. Zilveren Kruis moet dan opnieuw berekenen op wat voor bedrag dat neerkomt.
[gedaagde] moet € 25,- incassokosten te betalen
2.10.
Zilveren Kruis vraagt ook een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zilveren Kruis heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW Pro). Zilveren Kruis stelt dat zij op 24 mei 2022 zo’n brief heeft verstuurd. [gedaagde] ontkent dat zij brieven heef ontvangen. Daarmee ontkent ze ook dat ze deze brief heeft ontvangen. Zilveren Kruis heeft daarop in het algemeen aangevoerd dat zij dat onaannemelijk vindt. Ze heeft echter niet onderbouwd waaruit blijkt dat [gedaagde] die brief heeft ontvangen, daarom staat dit niet vast. Zilveren Kruis heeft daarom geen recht op de vergoeding die in de brief staat.
2.11.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 25,- toegewezen. Dit is het bedrag dat staat in de mail van 1 maart 2022 waarmee [gedaagde] de kans heeft gekregen om alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW Pro). Omdat Zilveren Kruis dit bedrag heeft genoemd, bestaat geen recht op een hogere vergoeding. Verder is aan alle voorwaarden voldaan om een vergoeding te krijgen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Zilveren Kruis moet betalen op € 146,14 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 381,14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
2.13.
[gedaagde] heeft wel aangevoerd dat ze niet op de hoogte was van deze factuur, omdat de aanmaningen naar een oud adres zijn gestuurd. Maar Zilveren Kruis heeft onbetwist gesteld dat alle aanmaningen ook zijn gemaild naar [gedaagde] . [gedaagde] heeft aangegeven dat zij wel mails heeft gehad, maar dat ze die niet heeft geopend. Daar kan Zilveren Kruis niets aan doen. [gedaagde] had dus op de hoogte kunnen zijn van deze factuur en had deze procedure (met de proceskosten) kunnen voorkomen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.14.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Zilveren Kruis dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 163,72 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 138,72 vanaf 16 maart 2022 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis worden begroot op € 381,14;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
33394