Partijen zijn gehuwd sinds 9 september 2020 en hebben één gezamenlijk minderjarig kind. De man heeft daarnaast twee kinderen uit een vorig huwelijk. Beide partijen zijn Nederlands en Turks staatsburger. De man is directeur-grootaandeelhouder van een vennootschap maar ontvangt momenteel een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ziekte.
De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken op verzoek van beide partijen, die stellen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de moeder vastgesteld, omdat dit niet is weersproken en in het belang van het kind is. De voorlopige zorgregeling wordt bevestigd en aangevuld met een extra verblijfsperiode in juli 2025 bij de vader.
De kinderbijdrage wordt berekend op basis van de huidige draagkracht van partijen, waarbij het netto besteedbaar inkomen van de man wordt vastgesteld op €2.687,- per maand, gebaseerd op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering. Zijn draagkracht wordt vastgesteld op €400,- per maand, verdeeld over drie kinderen, resulterend in een bijdrage van €118,- per maand voor het gezamenlijke kind. De vrouw ontvangt een ziektewetuitkering met een draagkracht van €526,-. Het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht van de man.
De rechtbank houdt de verdere afwikkeling van de zorgregeling en het huwelijksvermogensrecht aan tot latere beschikking en stelt de proceskosten voorlopig niet vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.