De huurster huurt sinds ruim vier jaar een appartement van Woonstad Rotterdam en ervaart ernstige stank- en geluidsoverlast, die heeft geleid tot gezondheidsklachten. Zij wil daarom niet langer in het appartement verblijven en vordert in kort geding dat Woonstad haar binnen een maand passende vervangende woonruimte aanbiedt.
Woonstad betwist de klachten en stelt dat er geen gebreken zijn vastgesteld en dat de oorzaak mogelijk bij de huurster zelf ligt. De kantonrechter oordeelt echter dat er sprake is van een gebrek dat het woongenot aantast en de gezondheid kan schaden, ook al is de oorzaak nog niet vastgesteld. Dit gebrek is niet aan de huurster zelf toe te rekenen.
Gezien het langdurige karakter van het probleem en het uitblijven van passende maatregelen, acht de kantonrechter het aannemelijk dat Woonstad toerekenbaar tekort is geschoten. Daarom wordt Woonstad veroordeeld om binnen een maand een vergelijkbare vervangende woning aan te bieden, met een dwangsom van € 100 per dag bij niet-naleving, maximaal € 15.000. De proceskosten worden aan Woonstad opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.