Partijen zijn in 2009 gehuwd en in 2025 gescheiden, waarbij de rechtbank de woning onder voorwaarden aan eiseres toebedeelde en een taxatie gelastte. Na discussie over het meenemen van een vertrouwenspersoon bij de taxatie ontstond een procedure. Eiseres vorderde nakoming van een vermeende afspraak uit 2023 en levering van het aandeel van gedaagde in de woning. Gedaagde vorderde in reconventie het recht een vertrouwenspersoon mee te nemen.
Tijdens de zitting kwamen partijen overeen dat zij en hun advocaten bij de taxatie aanwezig zouden zijn. De taxatie vond plaats op 29 juli 2025 met een marktwaarde van €350.000. Omdat gedaagde aanwezig was, verloor zij belang bij haar vordering. De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres niet had aangetoond dat partijen in 2023 overeenstemming hadden bereikt, conform eerdere beschikking.
Gedaagde gaf aan na taxatie volledig mee te werken aan de verdeling zoals in de beschikking bepaald, ondanks het verlopen van de termijn voor levering en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. De voorzieningenrechter achtte dit een redelijke oplossing en wees de vorderingen van eiseres gedeeltelijk toe, waarbij gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan levering binnen een maand na betekening. De vordering tot dwangsom werd afgewezen, evenals de vordering tot verdeling van notariskosten. Proceskosten worden gecompenseerd.