Huurder [eiser] vordert in kort geding dat verhuurder [gedaagde] de ernstige gebreken aan de gehuurde woning herstelt, zoals vastgesteld door de huurcommissie. De gebreken betroffen lekkage in de nok van het dak, gevolgschade aan het dakhout en een niet-sluitende balkondeur.
Na dagvaarding heeft verhuurder de gebreken hersteld, waaronder vervanging van lood in de daknok, behandeling van schimmel en reparatie van de balkondeur. Huurder betwist niet dat deze werkzaamheden zijn verricht, maar verwijst naar een inspectierapport dat aanvullende gebreken constateert, zoals lekkage bij het dakraam en noodzakelijke vervanging van isolatie.
De rechtbank overweegt dat de vordering zich beperkt tot herstel van de gebreken zoals vastgesteld door de huurcommissie, niet tot de aanvullende gebreken uit het inspectierapport. Verder is het niet redelijk om verhuurder nu te verplichten tot kostbare herstelwerkzaamheden die toestemming van de VvE vereisen en nader onderzoek behoeven.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af, compenseert de proceskosten en benadrukt dat verhuurder bereid is nader onderzoek te laten uitvoeren en herstel te verrichten indien nieuwe gebreken worden vastgesteld.