In deze kortgedingzaak vorderen eiser en eisers dat gedaagde partijen worden veroordeeld tot medewerking aan de notariële vastlegging en inschrijving van een recht van erfdienstbaarheid ten behoeve van hun perceel. De partijen hadden eerder mondeling afspraken gemaakt over het verplaatsen van een toegangspoort buiten de draaicirkel van het huidige hek en het vestigen van de erfdienstbaarheid conform een conceptakte.
Gedaagde partijen weigerden echter mee te werken aan de vastlegging, hetgeen leidde tot deze procedure. De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitleg die gedaagde partijen geven aan de afspraken volstrekt onaannemelijk is en dat het proces-verbaal, ondertekend door beide advocaten, duidelijk is over de gemaakte afspraken.
De rechtbank veroordeelt gedaagde partijen om binnen zeven dagen hun medewerking te verlenen aan de notariële vastlegging en legt een dwangsom op van € 1.000 per dag tot een maximum van € 50.000. De vordering tot betaling van extra notariskosten wordt afgewezen wegens onbepaaldheid. Gedaagde partijen worden tevens veroordeeld in de proceskosten.