De rechtbank Rotterdam heeft op 28 oktober 2025 een vervolgbeschikking gegeven in een zaak betreffende een pasgeboren baby die voorlopig onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst. Dit volgt op een eerdere beschikking van 20 oktober 2025 waarin de baby wegens vermoedens van toegebracht letsel uit huis werd geplaatst bij grootouders moederszijde.
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden, met een overdracht van de uitvoering van Jeugdbescherming west naar Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De ouders verzetten zich tegen het verzoek en betwisten dat het letsel toegebracht is, stellende dat het letsel mogelijk door een aangeboren aandoening of geboortetrauma is veroorzaakt.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. Uit medisch onderzoek blijkt ernstig onverklaarbaar letsel, waaronder rib- en enkelfracturen, dat volgens het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling vermoedelijk toegebracht is. De veiligheid van de baby bij de ouders is daardoor mogelijk in het geding. De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De zaak wordt overgedragen aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die ook wordt opgeroepen het contact tussen ouders en kind te bevorderen.