Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:12961

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
C/10/706965 / JE RK 25-1934
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens verbeterde situatie

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot september 2026. De moeder voert verweer en stelt dat de GI nauwelijks betrokken is geweest en dat hulpverlening via Enver adequaat is, waarbij de omgang tussen de minderjarige en vader is herstart en wordt uitgebreid. De vader steunt een verlenging als stok achter de deur.

De kinderrechter beoordeelt dat de wettelijke voorwaarden voor verlenging niet meer zijn vervuld: er is geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer en de ouders accepteren de noodzakelijke hulpverlening. De betrokkenheid van de GI is minimaal en niet langer noodzakelijk voor het hulpverleningstraject.

De kinderrechter complimenteert de ouders met hun inzet en benadrukt het belang van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. De ondertoezichtstelling wordt daarom niet verlengd. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706965 / JE RK 25-1934
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.N. van Wensen, kantoorhoudende te Lage Zwaluwe.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 26 september 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het bericht met bijlagen van mr. D.N. Wensen, ontvangen op 21 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de vader;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
Bij beschikking van 26 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 27 oktober 2025. Het overig verzochte is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 26 september 2025 is al beslist op de ondertoezichtstelling tot 27 oktober 2025. Er resteert nog een beslissing op de ondertoezichtstelling tot 27 september 2026.
3.2.
De GI handhaaft het aangehouden verzoek tijdens de mondelinge behandeling, maar begrijpt ook dat de moeder wil toewerken naar een overdracht naar het vrijwillig kader. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor een kortere duur zou hierbij passend kunnen zijn. De vaste jeugdbeschermer is ter zitting helaas niet aanwezig. De vervangende jeugdbeschermer kan inhoudelijk niet meer informatie naar voren brengen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd tegen het aangehouden verzoek van de GI. De GI is de afgelopen periode nauwelijks betrokken geweest. Vanuit Enver is wel actief hulpverlening betrokken, waarmee alles goed wordt geregeld. Zo is de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de vader inmiddels opgestart. De aankomende periode zal deze omgang stap voor stap en op het tempo van [voornaam minderjarige] verder worden uitgebreid. De betrokkenheid van de GI is hierbij niet meer nodig. De hulpverlening vanuit Enver kan ook in het vrijwillig kader worden voortgezet en allebei de ouders willen hieraan meewerken. De moeder ziet dat [voornaam minderjarige] het fijn vindt om de vader te zien en zal dit niet belemmeren. In de toekomst zou het voor haar ook prettig zijn als de ouders met elkaar kunnen communiceren, maar daar wordt aan gewerkt. Een verlenging van de ondertoezichtstelling als stok achter de deur is daarom niet nodig. Een korte verlenging van de ondertoezichtstelling om een overdracht naar het vrijwillig kader mogelijk te maken is ook niet nodig. Enver is al betrokken en er is verder niets om over te dragen.
4.2.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat hij het fijn vindt om weer omgang met [voornaam minderjarige] te hebben. Het is van belang dat de opbouw hiervan niet stagneert. Hoewel de GI de afgelopen periode nauwelijks betrokken is geweest en alles werd geregeld door Enver, zou hij het daarom prettig vinden als de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] wordt verlengd. De ondertoezichtstelling fungeert dan als een stok achter de deur.

5.De beoordeling

5.1.
Bij elk verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, dient de kinderrechter te toetsen of aan de in de wet gestelde voorwaarden wordt voldaan. [1] Er moet sprake zijn van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige en de ouders moeten de noodzakelijke hulpverlening om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen onvoldoende willen of kunnen aanvaarden.
5.2.
Voorheen bestonden er zorgen over het welzijn en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , omdat nauwelijks tot geen omgang tussen haar en de vader plaatsvond en de ouders niet in staat waren om op een constructieve manier met elkaar over [voornaam minderjarige] te communiceren. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat inmiddels hulpverlening vanuit Enver betrokken is, waarmee de omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige] langzaam weer wordt opgestart, waar allebei de ouders tevreden mee zijn en waar allebei de ouders aan meewerken. De betrokkenheid van de GI is de afgelopen periode minimaal geweest en lijkt voor de voortzetting van het hulpverleningstraject van Enver ook niet langer nodig te zijn. De ondertoezichtstelling kan niet worden verlengd, enkel als stok achter de deur. De kinderrechter complimenteert de ouders voor de stappen die zij de afgelopen periode hebben gezet en vertrouwt erop dat zij zich voor [voornaam minderjarige] blijven inzetten. [voornaam minderjarige] heeft twee ouders nodig bij wie zij terecht kan. Het is voor haar een enorme winst dat beide ouders zich hiervan bewust zijn. Vanuit dat besef willen zij de ingeslagen weg verder bewandelen. Dat doen zij goed. Wanneer ruimte bestaat om te handelen vanuit eigen verantwoordelijkheid is dat altijd beter dan wanneer er gewerkt wordt vanuit een dwang of drang-kader. De kinderrechter is er gelet op het verloop van de zitting van overtuigd dat de ouders hun verantwoordelijkheid willen en kunnen nemen voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , waarbij zij met overtuiging gebruik maken van de betrokken hulpverlening.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling. [2] De kinderrechter zal het aangehouden verzoek van de GI daarom afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af, voor zover daarop nog niet is beslist.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 5 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:260 BW Pro.