De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2008. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige, vanwege zorgen over zijn welzijn, het ontbreken van een vaste verblijfplek en het niet volgen van onderwijs.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd duidelijk dat de minderjarige geen vaste woonplek heeft en veel bij vrienden verblijft, soms zelfs op straat slaapt. Hij wil graag (begeleid) zelfstandig wonen en zijn school afmaken, maar ervaart weinig vertrouwen in de hulpverlening. De moeder is belast met het ouderlijk gezag, maar de relatie tussen haar en de minderjarige is gespannen door het niet naleven van regels door de minderjarige.
De gecertificeerde instelling (GI) gaf aan dat er lange wachtlijsten zijn voor intensieve hulpverlening en begeleid zelfstandig wonen, waardoor volledige ondersteuning op korte termijn niet gegarandeerd kan worden. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat de GI betrokken raakt en dat er snel stappen worden gezet om een passende woonplek en schooltraject te realiseren.
De ondertoezichtstelling is toegekend tot 1 maart 2026, korter dan het door de Raad gevraagde tot de meerderjarigheid, om tussentijds de voortgang te kunnen toetsen. De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard en een pro forma zitting is vastgesteld op 1 februari 2026. De Raad moet uiterlijk twee weken voor die datum rapporteren over de stand van zaken.