ECLI:NL:RBROT:2025:12984

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
11780116 VZ VERZ 25-4867
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een paralegal wegens ondeugdelijke tijdsregistratie en toekenning van transitievergoeding

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 30 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen A&O Shearman en [verweerster]. A&O Shearman, een internationaal advocaten- en notariskantoor, verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster], die sinds februari 2022 als paralegal werkzaam was. De reden voor het verzoek was dat [verweerster] gedurende een periode van 13 maanden haar gewerkte uren niet correct had geregistreerd, wat leidde tot een gebrek aan declarabele uren en daarmee tot gemiste inkomsten voor A&O Shearman. A&O Shearman stelde dat [verweerster] verwijtbaar had gehandeld en dat er sprake was van een verstoorde arbeidsverhouding.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een voldragen e-grond of g-grond voor ontbinding, maar dat er wel een combinatie van omstandigheden was die de ontbinding op de i-grond rechtvaardigde. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025, maar oordeelde dat A&O Shearman een transitievergoeding van € 6.545,90 aan [verweerster] moest betalen, evenals een extra vergoeding van € 1.636,47. De kantonrechter wees alle andere verzoeken van A&O Shearman af en bepaalde dat de partijen hun eigen proceskosten moesten dragen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11780116 VZ VERZ 25-4867
datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Allen Overy Shearman Sterling LLP,
vestigingsplaats: Amsterdam,
verzoekster en verweerster,
gemachtigde: mr. N.T.A. Zeeuwen,
tegen
[verweerster],
woonplaats: Rotterdam,
verweerster en verzoekster,
gemachtigde: mr. C.M.R. Muradin.
De partijen worden hierna ‘A&O Shearman’ en ‘[verweerster]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van A&O Shearman (ontvangen op 7 juli 2025), met bijlagen;
  • het verweerschrift van [verweerster] met voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen.
  • de brief van 26 september 2025 met aanvullende bijlagen van A&O Shearman;
  • de spreekaantekeningen van de gemachtigden.
1.2.
Op 2 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [naam 1], partner Real Estate (hierna: ‘[naam 1]’) en [naam 2], HR-business partner namens A&O Shearman, met de gemachtigde en zijn kantoorgenote mr. P.A. van Eck, en [verweerster] met de gemachtigde en zijn kantoorgenoot mr. R. Lussenburg.

2.Waar de zaak over gaat

2.1.
A&O Shearman is een internationaal advocaten- en notariskantoor. [verweerster] werkt sinds 1 februari 2022 bij A&O Shearman als Paralegal A binnen het notariële team van de sectie vastgoed. [naam 1] is haar leidinggevende. [verweerster] is verplicht om haar gewerkte uren te registreren. In april 2025 heeft A&O Shearman ontdekt dat [verweerster] gedurende een periode van 13 maanden haar uren niet goed heeft geregistreerd. Zij heeft in die periode nauwelijks declarabele uren geschreven. A&O Shearman heeft [verweerster] hiermee geconfronteerd in gesprekken op 28, 29 april 2025 en 6 mei 2025. Volgens A&O Shearman heeft [verweerster] onjuiste en inconsistente verklaringen gegeven voor haar gedragingen.
2.2.
A&O Shearman verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden. Primair omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond). Subsidiair omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan (i-grond). A&O vindt dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom vindt zij dat de arbeidsovereenkomst zo snel mogelijk moet worden ontbonden en dat [verweerster] geen recht heeft op de transitievergoeding.
2.3.
A&O legt aan het verzoek ten grondslag dat [verweerster] haar verplichting tot het deugdelijk tijd registreren grovelijk heeft geschonden gedurende een periode van 13 maanden en dat zij bewust de controles in het tijdschrijfsysteem heeft omzeild. [verweerster] is niet open en eerlijk geweest maar heeft ongeloofwaardige, onjuiste en inconsistente verklaringen gegeven voor haar handelen.
2.4.
[verweerster] is het niet eens met het verzoek en vindt dat het moet worden afgewezen. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch ontbindt, verzoekt [verweerster] A&O Shearman te veroordelen een transitievergoeding van € 6.545,90 bruto te betalen. Ook verzoekt [verweerster] in dat geval om een billijke vergoeding van € 104.024,40 bruto. Volgens [verweerster] is de ontbinding namelijk het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van A&O Shearman. Als de kantonrechter het ontbindingsverzoek toewijst op de i-grond, verzoekt [verweerster] om de maximale extra vergoeding.
De uitkomst
2.5.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025 omdat sprake is van een combinatie van omstandigheden die in de wet zijn genoemd waardoor het niet redelijk is dat de arbeidsovereenkomst blijft bestaan (i-grond). A&O Shearman moet de transitievergoeding betalen aan [verweerster]. Daarnaast kent de kantonrechter aan [verweerster] een extra vergoeding toe gelijk aan de helft van de transitievergoeding. Alle andere (tegen)verzoeken worden afgewezen.

3.De beoordeling

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden
3.1.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarden (redelijke grond voor beëindiging en geen herplaatsingsmogelijkheid) [1] en het verzoek houdt geen verband met een opzegverbod. [2] Hierna wordt deze beslissing uitgelegd.
Er is een redelijke grond
3.2.
De kantonrechter vindt dat er een redelijke grond is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, namelijk de (meer subsidiaire) i-grond. Hierna wordt dit uitgelegd. Eerst wordt uitgelegd waarom naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van een voldragen e-grond of g-grond.
Geen voldragen e-grond
3.3.
De kantonrechter vindt dat [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld doordat zij haar verplichting tot het deugdelijk tijd registreren gedurende een periode van 13 maanden heeft geschonden, maar niet zo verwijtbaar dat dit voldoende is voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond [3] . Hierna wordt dit uitgelegd.
3.4.
Het staat vast dat [verweerster] verplicht is om haar gewerkte tijd te registreren en dat tijdschrijven een belangrijk onderdeel is van haar functie. Het verdienmodel van A&O Shearman is dat zij op basis van de declarabele tijd die haar medewerkers schrijven, facturen stuurt aan cliënten (“uurtje - factuurtje”). Daarom is een correcte en volledige tijdsregistratie van belang. [verweerster] heeft eerst het standpunt ingenomen dat tijdschrijven geen belangrijke verplichting was, maar later heeft zij dit standpunt verlaten. Volgens [verweerster] heeft zij tot april 2024 haar tijd ook altijd goed geregistreerd.
3.5.
A&O Shearman maakt voor de tijdsregistratie sinds 1 april 2024 gebruik van het programma Intapp. Intapp heeft een functionaliteit waardoor automatisch suggesties worden gedaan voor gegenereerde tijd op basis van computeractiviteit. Dit is 'captured time'. A&O Shearman heeft uitgelegd dat de functie ‘captured time’ alleen een hulpmiddel is, maar dat de medewerker de tijd zelf moet schrijven en opslaan. Na het daadwerkelijk schrijven en opslaan is sprake van 'closed time'. Op basis van ‘closed time’ worden facturen opgemaakt. ‘captured time’ die niet is omgezet naar ‘closed time’, verdwijnt na drie maanden. Als de timesheet van een werkdag compleet is, moet de medewerker deze sluiten. Timesheets kunnen alleen worden gesloten als er tijd geschreven is. Het maakt niet uit hoeveel tijd dat is en of die tijd declarabel is of niet. Als een timesheet niet is gesloten, krijgt de leidinggevende daarvan een melding.
3.6.
Het staat vast dat [verweerster] gedurende een periode van 13 maanden (april - mei 2024 en december 2024 tot en met maart 2025) haar tijd niet of niet goed heeft geregistreerd. In die periode heeft [verweerster] maar 153,3 declarabele uren geschreven (2,74 uur per week) terwijl zij veel meer werkzaamheden had verricht. In dezelfde periode het jaar ervoor had [verweerster] 637 declarabele uren en 575 niet-declarabele uren geschreven. Ook in het jaar daarvoor had [verweerster] veel meer uren geregistreerd dan in de periode 1 mei 2024 tot 30 april 2025. Doordat [verweerster] haar uren niet goed heeft geregistreerd heeft A&O Shearman voor het declarabele werk van [verweerster] geen factuur kunnen sturen aan cliënten. Daardoor is A&O Shearman inkomsten misgelopen.
3.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter valt het [verweerster] te verwijten dat zij de instructies van A&O Shearman niet heeft opgevolgd en haar tijd niet of niet goed heeft geregistreerd. A&O Shearman mocht van [verweerster] verwachten dat zij een deugdelijke tijdsregistratie zou voeren.
3.8.
[verweerster] heeft aangevoerd dat sprake is van een kantoorbreed technisch probleem met tijdschrijven, maar zij heeft dat onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat A&O Shearman geregeld mails stuurt aan medewerkers dat er nog timesheets open staan, is daarvoor onvoldoende. [verweerster] zegt ook dat sprake is van een misverstand omdat zij heeft vertrouwd op de functie ‘captured time’ van het tijdsregistratiesysteem en dat zij de tijd die daarin zichtbaar was als ‘closed time’ heeft bestempeld. De kantonrechter vindt dat [verweerster] had moeten weten dat de ‘captured time’ niet vanzelf wordt omgezet naar ‘closed time’ maar dat zij deze tijd handmatig moest registreren en opslaan. Ook had zij moeten weten dat de ‘captured time’ die niet was geregistreerd en opgeslagen, verloren zou gaan. [verweerster] heeft namelijk een cursus gekregen met uitleg over Intapp. Dat Intapp toen nog niet operationeel was, betekent niet dat de cursus daarom geen nut had. Daarnaast heeft A&O Shearman duidelijke schriftelijke instructies gegeven voor het tijdschrijven in Intapp [4] . In die instructies staat dat alle gewerkte uren, declarabel en niet-declarabel, dagelijks moeten worden geregistreerd. En ook staat er:
"Complete and close time daily - Time that has not be submitted will not appear in the firm's financial system. For client chargeable time, this means it cannot be billed. More generally, unsubmitted time results in an inaccurate or incomplete impression of how busy you are. Busyness and missing time reporting is prepared regularly, and you can see your current position on the Individual Busyness Dashboard."
3.9.
Als deze instructies voor [verweerster] toch onduidelijk waren of als zij behoefte had aan meer begeleiding bij het tijd schrijven, had van haar verwacht mogen worden om hierom te vragen. Dat heeft zij niet gedaan. Pas in mei 2025, nadat A&O Shearman [verweerster] met haar ondeugdelijke tijdsregistraties heeft geconfronteerd, heeft zij op het formulier voor haar jaarlijks 'Ontwikkelgesprek Practice professional' ingevuld dat tijd schrijven een ontwikkelpunt was.
3.10.
Dat [verweerster] haar tijd niet goed heeft geregistreerd is dus verwijtbaar, maar gelet op alle omstandigheden niet zo verwijtbaar, dat dit een zelfstandige grond oplevert voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
3.11.
De kantonrechter vindt dat A&O Shearman onvoldoende heeft onderbouwd dat [verweerster] opzettelijk haar tijd niet goed heeft geregistreerd. A&O Shearman en [verweerster] zijn het erover eens dat [verweerster] goed functioneert en dat zij tot de introductie van het nieuwe tijdsregistratiesysteem haar tijd altijd correct heeft geregistreerd. [verweerster] had er bovendien geen belang bij om haar tijd niet goed te registreren. Volgens A&O Shearman heeft [verweerster] haar werkzaamheden gewoon verricht. Zij had dus geen reden om geen tijd te registreren. Ook heeft A&O Shearman onvoldoende onderbouwd dat [verweerster] bewust het controlesysteem heeft willen omzeilen door op de dagen dat zij de timesheet niet kon sluiten, 1 uur op general administration te schrijven. [verweerster] heeft uitgelegd dat zij dit heeft gedaan omdat zij anders de timesheets niet kon ‘closen’ terwijl dat wel moest, en zij niet zomaar tijd wilde schrijven op andere zaken. De kantonrechter vindt deze uitleg niet onbegrijpelijk. Ook is er geen aanwijzing dat [verweerster] hiermee een controle door A&O heeft willen omzeilen. A&O Shearman had namelijk op basis van de ‘closed time’ gewoon kunnen zien hoeveel tijd [verweerster] die dagen had geschreven.
3.12.
De kantonrechter vindt verder dat de ontstane situatie ook het gevolg is van het ontbreken van controle door A&O Shearman. Uit wat A&O Shearman op de zitting heeft verklaard blijkt dat zij alleen controleert of timesheets gesloten worden. Maar dat zegt niet zoveel omdat een timesheet blijkbaar kan worden gesloten ongeacht het aantal uren dat geregistreerd is. Naar het oordeel van de kantonrechter had van A&O Shearman verwacht mogen worden dat zij eerder zou hebben geconstateerd dat [verweerster] te weinig uren had geregistreerd en niet pas na 13 maanden. Van een groot advocaten- en notariskantoor met een “uurtje-factuurtje verdienmodel” en een aparte finance afdeling mag verwacht worden dat zij zicht heeft op de urenstaten van medewerkers en waarschuwt als de urenregistratie niet goed of onvolledig is. Helemaal in dit geval, na de introductie van een nieuw tijdsregistratiesysteem.
3.13.
Ook moet rekening worden gehouden met de moeilijke persoonlijke omstandigheden waarin [verweerster] verkeerde. [verweerster] heeft in 2024 te maken gehad met een scheiding waardoor zij in haar eentje de zorg kreeg voor haar twee jonge kinderen. Ook heeft [verweerster] een auto-ongeluk gehad en werd zij geconfronteerd met een overlijden van een dierbaar familielid. Naar het oordeel van de kantonrechter is aannemelijk dat deze omstandigheden invloed hebben gehad op het handelen van [verweerster].
3.14.
A&O Shearman verwijt [verweerster] verder dat zij in de gesprekken niet open en eerlijk is geweest en geen goede verklaring heeft gegeven voor de ondeugdelijke tijdsregistratie. Uit de gespreksverslagen die A&O Shearman heeft overgelegd [5] blijkt dat [verweerster] in de gesprekken met A&O Shearman meerdere redenen heeft gegeven voor haar ondeugdelijke tijdsregistratie. Maar daaruit blijkt ook dat [verweerster] al in het eerste gesprek heeft verklaard dat zij haar tijd gewoon heeft geregistreerd. Dat strookt ook met de verklaring van [verweerster] in de gesprekken erna en in deze procedure dat zij dacht dat de ‘captured time’ als ‘closed time’ kon worden bestempeld en dus was geregistreerd. De kantonrechter begrijpt wel dat het voor A&O Shearman niet geloofwaardig overkwam dat [verweerster] ook nog andere verklaringen heeft gegeven voor de ondeugdelijke tijdsregistratie. Maar [verweerster] heeft uitgelegd dat zij zich erg onder druk gezet voelde doordat zij in korte tijd meerdere gesprekken moest voeren en dat in die gesprekken “het vuur aan haar schenen werd gelegd”. [verweerster] zegt dat zij vrijwel direct werd beschuldigd van fraude en dat zij het gevoel had dat [naam 1] haar hoe dan ook niet geloofde. Daarom is zij blijven zoeken naar mogelijke verklaringen. De kantonrechter vindt die uitleg van [verweerster] niet onbegrijpelijk en vindt dat zij zich niet verwijtbaar heeft gedragen.
Geen voldragen g-grond
3.15.
De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsrelatie tussen A&O Shearman en [verweerster] is verstoord, maar naar het oordeel van de kantonrechter is deze verstoring niet zodanig dat van A&O niet kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te laten duren [6] . Hierna wordt uitgelegd waarom.
3.16.
De kantonrechter stelt vast dat [verweerster] het vertrouwen van A&O Shearman heeft geschonden door de instructies niet op te volgen en gedurende 13 maanden haar tijd niet of niet goed te registreren, terwijl A&O dat wel van haar mocht verwachten. Dat [verweerster] vervolgens in de gesprekken met A&O Shearman meerdere verklaringen heeft gegeven voor haar ondeugdelijke tijdsregistratie heeft verder afbreuk gedaan aan het vertrouwen van A&O Shearman in [verweerster]. Daardoor is de arbeidsverhouding verstoord. Maar die verstoring is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen. Van A&O Shearman had verwacht mogen worden dat zij zich meer had ingespannen om de verstoorde arbeidsverhouding te herstellen. A&O Shearman heeft na enkele gesprekken met [verweerster] aangestuurd op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Weliswaar heeft A&O Shearman op advies van de bedrijfsarts nog voorgesteld om mediation in te zetten, maar die mediation is niet van de grond gekomen. Op de zitting heeft A&O Shearman bovendien verklaard dat de mediation wat haar betreft alleen was gericht op het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en niet op herstel.
Wel ontbinding op de i-grond
3.17.
Hoewel de e-grond en de g-grond dus op zichzelf niet voldragen zijn en daarom op die afzonderlijke gronden de ontbinding niet kan worden toegewezen, is er wel sprake van een combinatie van omstandigheden gelegen in deze beide gronden, waardoor van A&O Shearman in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren [7] .
3.18.
Hiervoor is vastgesteld dat [verweerster] een verwijt valt te maken van de ondeugdelijke tijdsregistratie en dat de arbeidsrelatie tussen A&O Shearman en [verweerster] hierdoor is verstoord. De kantonrechter heeft op de zitting vastgesteld dat er van de kant van A&O Shearman totaal geen vertrouwen meer is in [verweerster]. Dat zorgt ervoor dat een vruchtbare voortzetting van de samenwerking naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid niet meer te verwachten is.
[verweerster] kan niet worden herplaatst
3.19.
Het ligt niet voor de hand dat [verweerster] binnen een redelijke termijn kan worden herplaatst in een andere passende functie [8] . De redelijke grond wordt voor een deel gevormd door verwijtbaar handelen van [verweerster] en dat maakt dat herplaatsing niet in de rede ligt. Maar ook door het geschonden vertrouwen van A&O Shearman in [verweerster] ligt herplaatsing in een andere functie niet voor de hand.
Geen verband met opzegverbod
3.20.
[verweerster] is sinds 26 mei 2025 arbeidsongeschikt. Er geldt dus een opzegverbod. Maar het opzegverbod staat niet aan een ontbinding in de weg. Het verzoek om ontbinding houdt namelijk geen verband met de arbeidsongeschiktheid van [verweerster]. De reden voor ontbinding is het voeren van een ondeugdelijke tijdsregistratie van [verweerster] in de periode april 2024 tot en met maart 2025. [verweerster] heeft niet gesteld dat er een verband is tussen haar handelen in die periode en haar arbeidsongeschiktheid.
De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 december 2025
3.21.
Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 december 2025 [9] . Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn en de duur van deze procedure. Er is geen reden om op een eerder tijdstip te ontbinden, zoals A&O Shearman heeft gevraagd. Van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] is namelijk geen sprake.
A&O Shearman moet de transitievergoeding betalen
3.22.
[verweerster] heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] [10] . Zoals hiervoor is uitgelegd, valt [verweerster] wel een verwijt te maken, maar niet zodanig dat sprake is van een voldragen e-grond. De hoge lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is ook niet gehaald. Op basis van het loon en de duur van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de vergoeding € 6.545,90 bruto. Dit bedrag moet A&O Shearman betalen. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd [11] .
A&O Shearman moet een extra vergoeding betalen
3.23.
De kantonrechter kent aan [verweerster] een extra vergoeding toe van € 1.636,47 bruto omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de i-grond [12] . Dit wordt hierna uitgelegd.
3.24.
De reden voor het toekennen van deze vergoeding is gelegen in de omstandigheden die de kantonrechter hiervoor heeft benoemd bij de beoordeling van de verschillende ontslaggronden. Het gaat dan met name om de omstandigheid dat van A&O Shearman verwacht had mogen worden dat zij had voorkomen dat de ondeugdelijke tijdsregistratie zo lang kon voortduren en dat A&O Shearman zich onvoldoende heeft ingespannen om de verstoorde arbeidsverhouding met [verweerster] op te lossen. Maar zoals hiervoor is uitgelegd, liggen aan de ontbinding ook omstandigheden ten grondslag die vallen onder de e-grond (het verwijtbaar handelen van [verweerster]). Daarom is er geen aanleiding om de maximale vergoeding van 50% toe te kennen, zoals [verweerster] heeft gevraagd. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter een vergoeding van € 1.636,47 bruto op zijn plaats vindt.
3.25.
[verweerster] maakt aanspraak op de wettelijke rente over de extra vergoeding vanaf het moment van opeisbaarheid. Zij heeft niet gesteld wanneer daar volgens hem sprake van is. De kantonrechter wijst de rente toe vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
A&O Shearman hoeft geen billijke vergoeding te betalen
3.26.
De kantonrechter kent geen billijke vergoeding toe aan [verweerster]. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever [13] . Dat is alleen het geval in uitzonderlijke situaties en daarvan is hier geen sprake.
3.27.
[verweerster] vindt dat A&O Shearman ernstig verwijtbaar heeft gehandeld omdat er geen voldragen ontslaggrond is. Bovendien vindt [verweerster] dat A&O Shearman ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een kantoorbreed technisch probleem dan wel een misverstand aan te grijpen om direct aan te sturen op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [verweerster] wordt hierin niet gevolgd. Zoals hiervoor is overwogen, is er sprake van een combinatie van omstandigheden (verwijtbaar handelen van [verweerster] en een verstoorde arbeidsrelatie) waardoor het niet redelijk is als A&O Shearman de arbeidsovereenkomst moet laten voortduren. Er is dus een redelijke grond voor ontbinding. Dat A&O Shearman vanwege de gedragingen van [verweerster] heeft besloten dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wilde beëindigen en dat zij zich niet meer heeft ingespannen om de verstoorde arbeidsrelatie op te lossen, leidt ook niet tot het oordeel dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van A&O Shearman. Hoewel de e- en de g-grond dus op zichzelf niet voldragen zijn om tot ontbinding te leiden, valt [verweerster] wel een verwijt te maken van haar ondeugdelijke tijdsregistratie en heeft zij door haar gedragingen het vertrouwen van A&O Shearman geschonden. Het is in deze omstandigheden niet ernstig verwijtbaar dat A&O Shearman heeft besloten dat zij de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen.
Termijn intrekken verzoek
3.28.
A&O Shearman krijgt tot 14 november 2025 om het verzoek in te trekken omdat een extra vergoeding wordt toegekend [14] .
A&O Shearman en [verweerster] moeten de eigen proceskosten betalen
3.29.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij heeft gemaakt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
3.30.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard [15] . Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
bepaalt dat A&O Shearman tot 14 november 2025 krijgt om het verzoek in te trekken;
Als A&O Shearman het verzoek niet binnen de termijn intrekt:
4.2.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 december 2025;
4.3.
veroordeelt A&O Shearman om aan [verweerster] een transitievergoeding van € 6.545,90 bruto te betalen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;
4.4.
veroordeelt A&O Shearman om aan [verweerster] een extra vergoeding van € 1.636,47 bruto te betalen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;
4.5.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
4.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst al het andere af.
Als A&O Shearman het verzoek binnen de termijn intrekt:
4.8.
veroordeelt A&O Shearman in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster] worden begroot op € 793,-;
4.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
4.10.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
34650

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 1 Burgerlijk Wetboek
2.Artikel 7:671b lid 6 Burgerlijk Wetboek
3.Artikel 7:669 lid 3 onder e Burgerlijk Wetboek
4.Zie de 'Time recording policy' en de instructie 'Intapp Time: What is Time Capture?', productie 5 bij verweerschrift
5.Productie 11 bij verzoekschrift
6.Artikel 7:669 lid 3 onder g Burgerlijk Wetboek
7.Artikel 7:669 lid 3 onder i Burgerlijk Wetboek
8.Artikel 7:669 lid 1 Burgerlijk Wetboek
9.Artikel 7:671b lid 9 Burgerlijk Wetboek
10.Artikel 7:673 lid 1 en lid 7 Burgerlijk Wetboek
11.Artikel 7:686a Burgerlijk Wetboek
12.Artikel 7:671b lid 8 Burgerlijk Wetboek
13.Artikel 7:671b lid 9 onder c Burgerlijk Wetboek
14.Artikel 7:686a lid 6 Burgerlijk Wetboek
15.Artikel 288 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering