ECLI:NL:RBROT:2025:12989

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
11558067 CV EXPL 25-3979
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a lid 1 BWArt. 6:119a lid 2 sub a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling facturen en incassokosten na uitgevoerde reparaties aan bestelbus en oplegger

De zaak betreft een vordering van eiseres tegen Rehaan Transport B.V. voor betaling van facturen voor reparaties aan een bestelbus en oplegger, uitgevoerd tussen 2021 en 2023. Rehaan erkende de schuld deels maar stelde dat een maximumbedrag van € 3.500 was afgesproken en dat eiseres had moeten waarschuwen voor de kosten.

De kantonrechter oordeelde dat eiseres voldoende had onderbouwd dat de reparaties in opdracht waren uitgevoerd en dat Rehaan de facturen erkende. De stelling van Rehaan over een maximumbedrag en het ontbreken van waarschuwing werd onvoldoende onderbouwd en daarom verworpen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, maar niet het hogere bedrag dat eiseres had berekend.

De contractuele rente werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de algemene voorwaarden met renteclausule waren overeengekomen. De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf dertig dagen na ontvangst van de facturen. De proceskosten werden volledig aan Rehaan opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Rehaan wordt veroordeeld tot betaling van € 11.780,04 inclusief wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11558067 CV EXPL 25-3979
datum uitspraak: 24 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: Zoetermeer,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
Rehaan Transport B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman.
De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘Rehaan’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 29 januari 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de brief van [eiseres], met bijlagen.
1.2.
Op 24 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens [eiseres], bijgestaan door haar gemachtigde;
  • de gemachtigde van Rehaan.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Rehaan heeft van 2021 tot en met 2023 meerdere keren aan [eiseres] opdracht gegeven om reparaties uit te voeren aan de bestelbus en de oplegger van Rehaan. [eiseres] heeft deze reparaties uitgevoerd en Rehaan facturen gestuurd voor de reparatiewerkzaamheden en het materiaal dat daarbij is gebruikt. Na een aanmaning heeft Rehaan geantwoord dat zij het totaalbedrag vanwege (financiële) problemen in termijnen wil betalen. Rehaan heeft de bedragen echter niet meer betaald. In deze procedure eist [eiseres] dat Rehaan € 10.896,08 en de buitengerechtelijke incassokosten betaalt. Daarnaast vordert [eiseres] primair contractuele rente, subsidiair wettelijke handelsrente en meer subsidiair wettelijke consumentenrente.
2.2.
Rehaan betwist dat hij de facturen moet betalen. Rehaan geeft aan dat hij met [eiseres] heeft afgesproken om een maximumbedrag aan reparaties uit te voeren, omdat het gaat om een oude oplegger en bestelbus. Daarnaast vindt Rehaan dat [eiseres] hem had moeten waarschuwen voor de hoge kosten. Rehaan vindt dan ook dat hij maximaal nog € 3.500,00 moet betalen aan [eiseres].
2.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.
Rehaan moet € 10.896,08 aan [eiseres] betalen
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat Rehaan de factuurbedragen van in totaal € 10.896,08 aan [eiseres] moet betalen. [eiseres] heeft namelijk voldoende gesteld dat de reparatiewerkzaamheden in opdracht van Rehaan zijn verricht en dat deze kosten voor Rehaan zijn gemaakt. Rehaan erkent ook in een bericht van 22 juli 2024 dat hij de bedragen moet betalen. Dat [eiseres] een administratieve fout heeft gemaakt in de adressering van een deel van de facturen maakt dit oordeel niet anders, omdat [eiseres] voldoende heeft uitgelegd dat Rehaan eerdere facturen met dezelfde fout ook heeft betaald.
2.5.
Rehaan daarentegen heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen voor de reparaties een maximumbedrag van in totaal € 3.500,00 hebben afgesproken en dat [eiseres] niet als goed opdrachtnemer heeft gehandeld door niet te waarschuwen voor de hogere kosten. [eiseres] betwist dat dit bedrag is afgesproken en geeft aan dat partijen enkel hebben afgesproken de noodzakelijke reparaties uit te voeren om de oplegger en de bestelbus rijdend te houden. Dit heeft [eiseres] ook gedaan. In het licht van deze betwisting had het op de weg van Rehaan gelegen om verder te onderbouwen dat partijen een maximumbedrag hebben afgesproken en [eiseres] onder deze omstandigheden Rehaan had moeten waarschuwen voor de kosten. Nu Rehaan dit niet verder heeft onderbouwd, oordeelt de kantonrechter dat Rehaan de factuurbedragen moet betalen aan [eiseres].
Rehaan moet incassokosten van € 883,96 betalen
2.6.
De incassokosten van € 883,96 worden toegewezen, omdat [eiseres] aan alle voorwaarden heeft voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). [eiseres] heeft voldoende laten zien dat er meerdere aanmaningen zijn gestuurd en partijen buitengerechtelijk hebben gesproken over een oplossing. [eiseres] vordert een bedrag van € 1.634,41 en stelt dat dit bedrag is berekend in overeenstemming met het Besluit [1] . Het door [eiseres] gevorderde bedrag is echter 15% van de hoofdsom en dus niet berekend op basis van het Besluit. De buitengerechtelijke incassokosten op grond van het Besluit bedragen € 883,96.
2.7.
Rehaan betwist dat hij in verzuim is, omdat partijen geen fatale termijn zijn overeengekomen. De kantonrechter is het met Rehaan eens dat in deze procedure niet is gesteld en ook niet is gebleken dat partijen een fatale termijn zijn overeengekomen. Uit het feit dat [eiseres] op de factuur een uiterste betaaltermijn heeft opgenomen, blijkt niet dat partijen deze termijn zijn overeengekomen. Toch is Rehaan wel in verzuim, omdat Rehaan na de aanmaning op 6 maart 2024 de gelegenheid heeft gekregen om voor 13 maart 2024 de vordering te betalen en dit niet heeft gedaan. Rehaan is dan ook vanaf 13 maart 2024 in verzuim. Omdat Rehaan in verzuim is, heeft [eiseres] recht op schadevergoeding in de vorm van een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Het hiervoor genoemde bedrag van € 883,96 wordt dan ook toegewezen.
Rehaan moet wettelijke handelsrente betalen
2.8.
De wettelijke handelsrente die subsidiair wordt gevorderd, wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald. De contractuele rente die [eiseres] primair vordert en is opgenomen in de algemene voorwaarden, wordt afgewezen, omdat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat de algemene voorwaarden zijn overeengekomen tussen partijen.
2.9.
De wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf dertig dagen na de dag waarop de factuur is ontvangen (artikel 6:119a lid 2 sub a BW). Er is namelijk niet gesteld en niet gebleken dat partijen de betaaltermijn die is benoemd op de facturen zijn overeengekomen. Rehaan heeft niet betwist dat de facturen op de factuurdata zijn verzonden en niet betwist dat deze zijn ontvangen. De kantonrechter gaat ervan uit dat de facturen steeds op de volgende dag zijn ontvangen (artikel 4a Postbesluit 2009). De wettelijke handelsrente wordt dan ook toegewezen met ingang van de 31ste dag na de datum van de factuur over de openstaande hoofdsom, een en ander zoals blijkt uit de opsomming op de tweede pagina van de dagvaarding.
Rehaan moet de proceskosten betalen
2.10.
De proceskosten komen voor rekening van Rehaan, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Rehaan aan [eiseres] moet betalen op € 122,25 aan dagvaardingskosten, € 1.461,00 aan griffierecht, € 812,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.530,25. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Rehaan daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Rehaan om aan [eiseres] te betalen € 11.780,04 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a lid 1 en lid 2 sub a BW over € 10.896,08 zoals uitgelegd in 2.9 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Rehaan in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.530,25;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.