Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Rijksvastgoedbedrijf),
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
het Rijksvastgoedbedrijf(kantoorhoudende aan [adres] (correspondentieadres: [postadres]) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
Rechtbank Rotterdam
Op 20 augustus 2025 diende de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een verzoek in bij de rechtbank Rotterdam om het Rijksvastgoedbedrijf te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De nalatenschap bevat baten en schulden, maar het is onbekend wie de erfgenamen zijn omdat de kinderen en broers en zussen de nalatenschap hebben verworpen.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW is voldaan: de nalatenschap is niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard, er zijn geen bekende erfgenamen, en de nalatenschap wordt niet beheerd. Het Rijksvastgoedbedrijf, dat sinds februari 2024 het beheer voerde krachtens zaakwaarneming, werd als belanghebbende aangemerkt.
Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoeker geen mondelinge behandeling wenste, werd het verzoek zonder zitting behandeld en toegewezen. De rechtbank benoemde het Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en droeg op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en in te schrijven in het boedelregister. De kantonrechter te Rotterdam wordt op de hoogte gesteld.
Uitkomst: Het Rijksvastgoedbedrijf is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap waarvan de erfgenamen onbekend zijn.