ECLI:NL:RBROT:2025:13005

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
C/10/705475 / HA RK 25-830
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 lid 1 onder a BWArt. 4:206 lid 1 BWArt. 4:206 lid 6 BWArt. 4:226 lid 1 BWArt. 6:198 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar nalatenschap onbekende erfgenamen

Op 20 augustus 2025 diende de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, een verzoek in bij de rechtbank Rotterdam om het Rijksvastgoedbedrijf te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van een overledene. De nalatenschap bevat baten en schulden, maar het is onbekend wie de erfgenamen zijn omdat de kinderen en broers en zussen de nalatenschap hebben verworpen.

De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW is voldaan: de nalatenschap is niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard, er zijn geen bekende erfgenamen, en de nalatenschap wordt niet beheerd. Het Rijksvastgoedbedrijf, dat sinds februari 2024 het beheer voerde krachtens zaakwaarneming, werd als belanghebbende aangemerkt.

Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoeker geen mondelinge behandeling wenste, werd het verzoek zonder zitting behandeld en toegewezen. De rechtbank benoemde het Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en droeg op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en in te schrijven in het boedelregister. De kantonrechter te Rotterdam wordt op de hoogte gesteld.

Uitkomst: Het Rijksvastgoedbedrijf is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap waarvan de erfgenamen onbekend zijn.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/705475 / HA RK 25-830
Beschikking van 25 september 2025
in de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK),
Rijksvastgoedbedrijf),
zetelend in Den Haag,
verzoeker,
advocaat mr. S.J. van Baasbank te Den Haag.

1.Het procesverloop

1.1.
Op 20 augustus 2025 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoeker om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW, met producties.
1.2.
Omdat er geen belanghebbenden bekend zijn en verzoeker geen behoefte heeft aan een mondelinge behandeling, doet de rechtbank zonder mondelinge behandeling uitspraak.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker vraagt om het Rijksvastgoedbedrijf tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [naam 1] (hierna: de overledene), die op [datum] is overleden in [plaatsnaam]. De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
2.2.
De rechtbank kan, als een nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard door een erfgenaam, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie een vereffenaar benoemen, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten (artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW).
2.3.
Volgens het boedelregister is de nalatenschap van de overledene niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Ook aan de andere voorwaarden om een vereffenaar te benoemen is voldaan, want verzoeker is belanghebbende en het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Dit wordt hierna toegelicht.
2.4.
Verzoeker is belanghebbende bij het verzoek. Artikel 4:226 lid 1 BW Pro bepaalt namelijk dat wanneer de vereffening is voltooid en met een overschot is geëindigd, de vereffenaar de goederen aan de Staat dient af te geven indien er geen erfgenamen zijn, niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer erfgenamen niet bereid zijn de goederen in ontvangst te nemen. Daarnaast stelt verzoeker dat zij, in het bijzonder het Rijksvastgoedbedrijf, sinds 8 februari 2024 krachtens zaakwaarneming (artikel 6:198 BW Pro) het beheer heeft gevoerd over de nalatenschap, zodat zij aan de rechthebbenden nog rekening en verantwoording moet afleggen. Verzoeker kan gelet hierop als belanghebbende worden aangemerkt.
2.5.
Aan de andere voorwaarde om een vereffenaar te benoemen is ook voldaan, want het is niet bekend of er erfgenamen zijn. Het door de overledene opgemaakte testament van 11 december 1997 sorteert geen effect, omdat het huwelijk tussen [naam 2] en de overledene in 2004 is ontbonden en de kinderen van de overledene zijn nalatenschap hebben verworpen. Dit betekent dat op grond van de wet beoordeeld moet worden wie de erfgenamen zijn. De overledene was toen hij overleed niet getrouwd of geregistreerd als partner. De kinderen van de overledene hebben volgens het Boedelregister de nalatenschap van de overledene verworpen. De broers en zussen van de overledene, alsmede hun kinderen en kleinkinderen, hebben volgens het Boedelregister de nalatenschap van de overledene ook verworpen. Op dit moment is daarom niet bekend wie de erfgenamen van de overledene zijn.
2.6.
Verzoeker heeft ook voldoende toegelicht dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen, omdat de nalatenschap op dit moment niet beheerd wordt, terwijl de nalatenschap wel baten en schulden bevat. Een vereffenaar kan (een deel) van de schuldeisers voldoen. Er is daarom een (maatschappelijk) belang om een vereffenaar te benoemen.
2.7.
Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Omdat er geen bekende erfgenamen zijn en verzoeker heeft afgezien van het recht op een mondelinge behandeling (artikel 4:206 lid 1 BW Pro), heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.
2.8.
Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoeker voorgestelde vereffenaar, het Rijksvastgoedbedrijf, tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.
2.9.
De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt
het Rijksvastgoedbedrijf(kantoorhoudende aan [adres] (correspondentieadres: [postadres]) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[naam 1],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
laatstelijk wonende in Dordrecht,
overleden op [datum] in [plaatsnaam],
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
3.4.
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro;
3.5.
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Dordrecht, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.
3120