Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
het Rijksvastgoedbedrijf(kantoorhoudende aan [adres] (correspondentieadres: [postadres]) tot vereffenaar in de nalatenschap van:
Rechtbank Rotterdam
Op 20 augustus 2025 ontving de rechtbank Rotterdam een verzoekschrift van de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, om het Rijksvastgoedbedrijf te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap van een overledene waarvan de erfgenamen onbekend zijn.
De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke vereisten van artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW was voldaan, aangezien de nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving was aanvaard, er geen erfgenamen bekend waren, en de nalatenschap niet werd beheerd. Het Rijksvastgoedbedrijf werd als belanghebbende aangemerkt omdat zij het beheer voerde krachtens zaakwaarneming en rekening en verantwoording moet afleggen aan rechthebbenden.
Gezien het ontbreken van een testament en het feit dat de overledene niet getrouwd was, geen geregistreerd partner of kinderen had, en overige familieleden niet bekend zijn, was het niet duidelijk wie de erfgenamen zijn. De rechtbank vond het maatschappelijk belang groot genoeg om een vereffenaar te benoemen die schuldeisers kan voldoen.
De rechtbank besloot zonder mondelinge behandeling het verzoek toe te wijzen, het Rijksvastgoedbedrijf te benoemen als vereffenaar, en de benoeming uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De vereffenaar moet de benoeming bekendmaken in de Staatscourant en de griffier inschrijven in het boedelregister en de kantonrechter informeren.
Uitkomst: Het Rijksvastgoedbedrijf wordt benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van een overledene zonder bekende erfgenamen, met uitvoerbaarheid bij voorraad.