ECLI:NL:RBROT:2025:13029

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
C/10/702391 / KG ZA 25-662
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot nakoming gerechtelijke uitspraken in erfrechtelijke nalatenschapsverdeling

De zaak betreft een erfrechtelijk geschil tussen zussen die erfgenamen zijn van hun vader. Eerder waren er uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag over de verdeling van de nalatenschap, waaronder de toedeling van een woning en de verkoop van een perceel grond in Suriname.

In dit kort geding verwijten partijen elkaar het niet nakomen van deze uitspraken. De rechtbank oordeelt dat beide partijen een spoedeisend belang hebben bij nakoming om verdere vertraging te voorkomen. De woning wordt toegewezen aan een van de zussen, die een gebruiksvergoeding van €17.355 aan de nalatenschap moet betalen. De gedaagde partij wordt veroordeeld om binnen twee weken medewerking te verlenen aan de notariële levering van de woning.

Verder worden partijen veroordeeld om medewerking te verlenen aan het verstrekken van notariële machtigingen aan de gedaagde partij voor incassomaatregelen en verkoop van het perceel in Suriname. De veroordelingen worden versterkt met dwangsommen van €500 per dag, tot een maximum van €10.000 per veroordeling. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Partijen worden veroordeeld tot nakoming van gerechtelijke uitspraken met dwangsommen bij niet-nakoming en medewerking aan levering en machtigingen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/702391 / KG ZA 25-662
Vonnis in kort geding van 7 november 2025
in de zaak van

1.[eisende partij 1] ,2. [eisende partij 2] ,

woonplaats: [plaats 1] ,
eisende partijen,
advocaat: mr. A.C. de Bakker,
tegen
[gedaagde partij],
woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. W.S. Santema.
Partijen worden hierna [eisende partij 1] , [eisende partij 2] en [gedaagde partij] genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Partijen zijn zussen van elkaar. Zij zijn allen, ieder voor gelijke delen, erfgenamen in de nalatenschap van hun vader. Partijen hebben een gerechtelijke procedure gevoerd over de verdeling van de nalatenschap; in eerste aanleg bij de Rechtbank Den Haag en in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag . In deze zaak verwijten [eisende partij 1] en [eisende partij 2] dat [gedaagde partij] het arrest van het gerechtshof niet nakomt. [gedaagde partij] maakt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] hetzelfde verwijt. De zussen hebben over en weer verschillende vorderingen ingesteld. De vordering van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] wordt toegewezen. De tegenvorderingen van [gedaagde partij] worden grotendeels toegewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 8 juli 2025, met bijlagen 1 tot en met 6;
  • de aanvullende bijlage 7 van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] ;
  • de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 11;
  • de mondelinge behandeling op 24 oktober 2025.

3.Enkele feiten

3.1.
In een vonnis van de Rechtbank Den Haag van 16 november 2022 in een door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] tegen [gedaagde partij] gestarte procedure met zaaknummer C/09/630519 / НА ZA 22-482 is – voor zover van belang – het volgende overwogen en beslist:

4. De beoordeling(…)
I. De woning
4.5.
Zowel [eisende partij 1] als [gedaagde partij] wenst de woning toegedeeld te krijgen. (…)
4.6.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat het belang van [eisende partij 1] bij toedeling van de woning zwaarder weegt dan dat van [gedaagde partij] . (…)
4.11.
Het voorgaande betekent dat [eisende partij 1] de woning mag overnemen tegen de
marktwaarde in onbewoonde staat op het moment van levering daarvan. Dit betekent dat de woning opnieuw dient te worden getaxeerd. De rechtbank bepaalt daarom dat partijen gezamenlijk een makelaar de opdracht dienen te geven de woning te taxeren. [eisende partij 1] c.s. mogen binnen twee weken na de uitspraak van dit vonnis drie erkende NVM makelaar-taxateurs voorstellen aan [gedaagde partij] , waarna [gedaagde partij] er één zal kiezen die als taxateur zal optreden. Indien [gedaagde partij] haar keuze niet binnen twee weken na ontvangst van het voorstel van [eisende partij 1] c.s. kenbaar maakt, zullen [eisende partij 1] c.s, uit dit drietal een makelaar aanwijzen. Partijen zullen binnen twee weken nadat de makelaar is gekozen, hem gezamenlijk een opdracht tot taxatie geven. Partijen moeten ieder een derde gedeelte van de kosten van de taxatie betalen.
4.12.
De woning wordt toegedeeld aan [eisende partij 1] onder de opschortende voorwaarden dat zij binnen twee maanden na de datum van de taxatie aantoont dat zij (i) financieel in staat is de volledige eigendom van de woning te verkrijgen en (ii) bij de hierna te vermelden levering, [eisende partij 2] en [gedaagde partij] kan laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld waarmee de woning is belast. Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, zullen [eisende partij 2] en [gedaagde partij] hun aandeel in de woning zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen een maand nadat dit bewijs is geleverd, ten overstaan van een door [eisende partij 1] in te schakelen transport notaris, aan haar leveren.
Zowel [eisende partij 2] als [gedaagde partij] verkrijgt hierdoor een vordering uit hoofde van overbedeling op [eisende partij 1] . Deze vordering is gelijk aan een derde van de overwaarde van de woning (de getaxeerde waarde verminderd met de actuele hypotheekschuld). Dit bedrag moet [eisende partij 1] ten tijde van de levering bij de notaris aan [eisende partij 2] en [gedaagde partij] betalen. De kosten van levering van de woning aan [eisende partij 1] komen voor haar rekening.
(…)
III. Het perceel grond in Suriname
4.19.
Tussen partijen staat vast dat in de nalatenschap van erflater een perceel grond valt dat is gelegen in Suriname. (…)
4.20. (…)
Ter zitting hebben partijen verklaard dat het mogelijk moet zijn met zijn drieën het perceel te verkopen. Het is de rechtbank daarnaast niet gebleken dat een van de partijen een bijzondere verbondenheid heeft met het perceel. De rechtbank zal daarom bepalen dat het perceel door alle drie de partijen gezamenlijk aan een derde zal worden verkocht en geleverd.
4.21.
Partijen hebben zich niet uitgesproken over de vraag op welke wijze of tegen welke prijs zij het perceel wensen te verkopen. De rechtbank oordeelt daarom dat zij dit in onderlinge afstemming zullen doen, zo nodig met behulp van hun advocaten.
IV. De vordering van € 25.000,-
4.22.
Tussen partijen is niet in geschil dat er een vonnis is gewezen in de procedure in Suriname over de verkoop van het perceel op basis waarvan de nalatenschap van erflater een vordering heeft op een derde van € 25.000,-. Tijdens de zitting heeft de rechtbank begrepen dat hoger beroep tegen dit vonnis is ingesteld en beide partijen bij die verkoop in de Surinaamse appelprocedure aanspraak maken op betaling van de contractuele boete ter hoogte van dit bedrag. Dit betekent dat partijen in dit geding voor gelijke delen gerechtigd zijn tot deze eventuele vordering, alsook dat zij voor gelijke delen moeten bijdragen aan de voldoening van de schuld die mogelijk uit deze procedure voortvloeit.
4.23.
Omdat partijen het tijdens de mondelinge behandeling hierover eens waren is het niet nodig een daarop gerichte veroordeling uit te spreken. Bovendien is dit voorshands niet opportuun. De mogelijkheid bestaat immers dat deze appelprocedure wordt geschikt.
(…)
5. De beslissing
De rechtbank:
5.1.
gelast de verdeling van de nalatenschap van erflater ten aanzien van de woning op de wijze als vermeld onder 4.11 tot en met 4.15 van dit vonnis;
5.2.
veroordeelt in geval van levering van het onverdeelde aandeel in de woning aan [eisende partij 1] of [gedaagde partij] de aldus overbedeelde partij om aan de andere partijen de hieruit voortvloeiende vorderingen uit hoofde van overbedeling te voldoen;
(…)
5.5.
bepaalt dat het tot de boedel behorende perceel grond in Suriname door partijen gezamenlijk wordt verkocht en geleverd aan een derde. De opbrengst en de hieraan verboden kosten zullen tussen partijen gelijkelijk worden verdeeld (ieder een derde);
5.6.
bepaalt dat partijen de vordering of schuld uit hoofde van de lopende procedure te Suriname gelijkelijk verdelen (ieder een derde); (…)”.
3.2.
[gedaagde partij] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. In het in dat hoger beroep gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 juni 2024 met zaaknummer 200.329.314/01 is – voor zover van belang – het volgende overwogen en beslist:

6. Beoordeling in hoger beroep
De woning
(…)
6.8
Het Hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat het belang van [eisende partij 1] bij toedeling van de woning zwaarder weegt dan het belang dat [gedaagde partij] bij toedeling van de woning heeft. (…)
6.9
Partijen verschillen van mening over de waarde waartegen de woning moet worden toegedeeld. (…)
6.14
Uit het vorenstaande volgt dat de woning wordt toegedeeld aan [eisende partij 1] tegen een waarde van € 341.250,-. Het Hof zal het bestreden vonnis dan ook bekrachtigen voor zover het de toedeling van de woning aan [eisende partij 1] betreft, alsmede voor wat betreft het door de rechtbank vastgestelde ‘spoorboekje’ voor het geval [eisende partij 1] niet (meer) in staat is de woning voor het bedrag van € 341.250,- toegedeeld te krijgen en de overige deelgenoten uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te doen ontslaan.
Het onroerend goed in Suriname en de vordering op [persoon A]
(…)
6.17
Partijen zijn met betrekking tot het perceel grond en de vordering op [persoon A] het volgende overeengekomen:
- [gedaagde partij] wordt gemachtigd om de grond in Suriname te verkopen. De kosten die daarbij komen kijken, zoals makelaarskosten en notariskosten, zullen uit de boedel worden vergoed. Ook de reis- en verblijfkosten die vooraf zijn aangegeven aan en goedgekeurd door [eisende partij 1] c.s. zullen uit de boedel worden vergoed.
- wat betreft de vordering op [persoon A] zullen partijen zullen partijen gezamenlijk de opdracht aan de huidige [deurwaarder] intrekken. [gedaagde partij] wordt gemachtigd om namens de erfgenamen over te gaan tot het nemen van incassomaatregelen, waaronder het inschakelen van een deurwaarder. De kosten van de deurwaarder komen ten laste van de boedel.
- de notaris dient de opbrengst, zowel van de verkoop van het onroerend goed in Suriname als van de incassoprocedure, direct aan ieder van partijen uit te keren.
- [gedaagde partij] wordt gemachtigd voor wat zij daartoe in Nederland en indien nodig in Suriname moet verrichten.
6.18
Gelet op de door partijen bereikte overeenstemming is hier geen taak meer voor de rechter weggelegd. Het hof gaat ervan uit dat partijen zich houden aan de onderling gemaakte afspraken.
De eigenaarslasten en gebruikslasten van de woning en de gebruiksvergoeding
(…)
6.23
Het Hof is voorts van oordeel dat [eisende partij 1] een gebruiksvergoeding aan de overige deelgenoten verschuldigd is, nu zij vanaf het moment van overlijden van erflater het gebruik en genot heeft van de onverdeelde aandelen van [gedaagde partij] en [eisende partij 2] in die woning. Het hof gaat voorbij aan de stelling van [eisende partij 1] dat zij op grond van een door haar met erflater gesloten gebruiksovereenkomst om niet in de woning mag verblijven. [eisende partij 1] heeft het bestaan van die overeenkomst niet aangetoond en daarbij komt dat de overeenkomst opgezegd moet worden door alle drie de erfgenamen van erflater en [eisende partij 1] , zoals zij op de mondelinge behandeling aangaf, hieraan niet zal meewerken omdat zij daar geen belang bij heeft. Het hof zal deze gebruiksvergoeding, gelet op de op de woning rustende overwaarde. toewijzen zoals gevorderd in het petitum en begroot deze vordering aldus op 6% van (€ 341.250,- minus € 52.000,- =) € 17.355,-. [eisende partij 1] zal worden veroordeeld dit bedrag aan de nalatenschap te vergoeden.
(…)
7. Beslissing
Het hof:
bekrachtigt de door de rechtbank gelaste wijze van verdeling van de tot de nalatenschap behorende woning te [plaats 3] met uitzondering van de bij deze verdeling in aanmerking te nemen waardepeildatum en wijze waarop de waarde ervan wordt vastgesteld en, in zoverre opnieuw beslissende:
stelt de bij de verdeling in aanmerking te nemen waarde vast op € 341.250,-;
(…) veroordeelt [eisende partij 1] tot voldoening van een bedrag van € 16.860,- ter zake van de gebruiksvergoeding voor de woning van erflater die zij bewoont, aan de nalatenschap;
(…) verstaat dat de verdeling van de grond in Suriname en de vordering op [persoon A] plaatsvindt als door partijen overeengekomen en zoals vermeld in rechtsoverweging 6.17; (…)”.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
Het toetsingskader in een kort geding
4.1.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of partijen ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang hebben. Verder moet de voorzieningenrechter in dit kort geding beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter moet in dit verband ook een belangenafweging maken.
De uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof moeten worden nagekomen
4.2.
Geen van partijen heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof. Dit betekent dat de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof moeten worden nagekomen. Partijen verwijten elkaar in deze zaak over en weer dat zij verplichtingen die voortvloeien uit die uitspraken niet nakomen. Voor zover de voorzieningenrechter in dit vonnis tot het oordeel komt dat deze verwijten gegrond zijn, worden partijen veroordeeld om hun verplichtingen nu alsnog na te komen. Door de eigen verplichtingen niet na te komen en wel te verlangen dat de wederpartij verplichtingen nakomt, houden partijen elkaar namelijk in een wurggreep. Dat heeft tot gevolg dat de verdeling van de nalatenschap van de vader van partijen alleen maar langer duurt. Dat is niet in het belang van partijen. Ieder van hen heeft er op dit moment voldoende spoedeisend belang bij dat de verplichtingen die voortvloeien uit de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof inmiddels worden nagekomen, zodat de nalatenschap van de vader van partijen zo snel mogelijk is afgewikkeld.
De woning en de gebruiksvergoeding
4.3.
Het gerechtshof heeft het oordeel van de rechtbank dat de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats 3] aan [eisende partij 1] moet worden toegedeeld inclusief het daarvoor vastgestelde ‘spoorboekje’, bekrachtigd. Niet in geschil is dat [eisende partij 1] financieel in staat is om het erfdeel van [eisende partij 2] en [gedaagde partij] in de woning over te nemen en [eisende partij 2] en [gedaagde partij] te laten ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Gelet hierop moet [gedaagde partij] binnen twee weken na vandaag haar medewerking verlenen aan de notariële levering van de woning aan [eisende partij 1] . [gedaagde partij] wordt daar in dit vonnis toe veroordeeld op de wijze zoals in de beslissing staat vermeld.
4.4.
Het gerechtshof heeft verder overwogen dat [eisende partij 1] voor het gebruik van de woning een gebruiksvergoeding van € 17.355,00 aan de nalatenschap moet betalen. Dat [eisende partij 1] door het gerechtshof is veroordeeld om “slechts” een gebruiksvergoeding van € 16.860,00 te betalen, is, gelet op de berekening in r.o. 6.23. van de uitspraak van het gerechtshof, een kennelijke verschrijving waar [eisende partij 1] geen rechten aan kan, en, zo volgt uit haar uitlatingen tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding, wil ontlenen; [eisende partij 1] moet een gebruiksvergoeding van € 17.355,00 betalen. De voorzieningenrechter ziet in het arrest van het gerechtshof geen aanknopingspunt voor het standpunt van [gedaagde partij] dat de door het gerechtshof vastgestelde gebruiksvergoeding moet worden opgevat als een jaarlijks door [eisende partij 1] te betalen bedrag. Het gerechtshof rept daar in het arrest met geen woord over en bovendien heeft de advocaat van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gezegd dat in het petitum van de memorie van grieven van [gedaagde partij] in het hoger beroep niet staat dat aanspraak wordt gemaakt op een
jaarlijkse vergoeding. Het bedrag van € 17.355,00 betreft dus een eenmalig door [eisende partij 1] aan de nalatenschap te betalen bedrag. Anders dan [gedaagde partij] meent, hoeft de betaling van dit bedrag niet in de akte van levering met betrekking tot de woning te worden opgenomen. De betaling van het bedrag kan worden meegenomen in de (nota van) afrekening van de levering van de woning. De voorzieningenrechter verbindt dit als voorwaarde aan de veroordeling van [gedaagde partij] om haar medewerking aan de levering van de woning te verlenen.
De vordering van de nalatenschap op [persoon A]
4.5.
Vast staat dat in een vonnis van een rechter in Suriname is geoordeeld dat de nalatenschap van de vader van partijen een vordering van € 25.000,00 op een mevrouw [persoon A] heeft en dat door een advocaat aan een deurwaarder opdracht is gegeven om die vordering te incasseren. Onduidelijk is echter wie die advocaat opdracht heeft gegeven om een deurwaarder in te schakelen om de vordering te incasseren.
4.6.
De deurwaarder beschikt over de grosse van het in Suriname gewezen vonnis. Zo’n grosse is nodig om een (andere) deurwaarder opdracht te kunnen geven om incassomaatregelen te nemen tegenover mevrouw [persoon A] . De deurwaarder wil de grosse blijkbaar alleen tegen betaling van € 1.200,00 afgeven aan partijen. Door de hiervoor beschreven onduidelijkheid over de opdrachtgever van de advocaat, is op dit moment ook onduidelijk wie het bedrag van € 1.200,00 aan de deurwaarder moet betalen. Partijen hebben daarover onderling geen afspraken kunnen maken.
4.7.
Door deze patstelling kan niet van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] worden verwacht dat zij het bedrag van € 1.200,00 aan de deurwaarder betalen, zoals [gedaagde partij] vordert. Er moet eerst duidelijkheid komen over wie dat bedrag moet betalen. De tegenvordering van [gedaagde partij] wordt in zoverre dan ook afgewezen. Aan het nemen van incassomaatregelen tegenover mevrouw [persoon A] hoeft dit echter niet in de weg te staan. In Suriname kan immers om een tweede grosse van het vonnis worden gevraagd. Met die grosse kunnen alsnog incassomaatregelen worden genomen. Partijen kunnen ook alsnog afspraken maken over het aan de deurwaarder te betalen bedrag van € 1.200,00, bijvoorbeeld inhoudende dat partijen die kosten vooralsnog delen (ieder van partijen voor één-derde deel) totdat duidelijk is wie de advocaat opdracht heeft gegeven om een deurwaarder in te schakelen om de vordering te incasseren.
4.8.
Het gerechtshof heeft overwogen dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde partij] wordt gemachtigd om namens de erfgenamen over te gaan tot het nemen van incassomaatregelen, waaronder het inschakelen van een deurwaarder, en dat de kosten van de deurwaarder ten laste komen van de boedel. Een daadwerkelijke machtiging is aan [gedaagde partij] echter niet verleend, noch door het gerechtshof noch door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] . De woorden “
wordt gemachtigd” in het arrest houden niet zo’n machtiging in. Aangezien [gedaagde partij] vordert dat [eisende partij 1] en [eisende partij 2] worden veroordeeld om de op dit punt gemaakte afspraken na te komen, veroordeelt de voorzieningenrechter [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om binnen twee weken na vandaag hun medewerking te verlenen aan het verstrekken van een notariële machtiging aan [gedaagde partij] om namens de erfgenamen over te gaan tot het nemen van incassomaatregelen tegenover mevrouw [persoon A] , waaronder het inschakelen van een deurwaarder. Op die manier kan er voor partijen én voor derden geen onduidelijkheid bestaan over wie van partijen gemachtigd is om namens de erfgenamen incassomaatregelen te treffen tegenover mevrouw [persoon A] . De kosten voor het opstellen van de notariële machtiging komen voor rekening van de boedel. [eisende partij 1] en [eisende partij 2] worden ook veroordeeld om alle verdere medewerking aan de te nemen incassomaatregelen te verlenen.
Het onroerend goed in Suriname
4.9.
Het gerechtshof heeft overwogen dat partijen hebben afgesproken dat [gedaagde partij] wordt gemachtigd om de tot de nalatenschap van de vader van partijen behorende grond in Suriname te verkopen, dat de kosten die daarbij komen kijken – zoals makelaarskosten en notariskosten – uit de boedel worden vergoed en dat ook de reis- en verblijfkosten die vooraf zijn aangegeven aan en goedgekeurd door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] uit de boedel worden vergoed. Een daadwerkelijke machtiging is aan [gedaagde partij] echter niet verleend, noch door het gerechtshof noch door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] . De woorden “
wordt gemachtigd” in het arrest houden niet zo’n machtiging in. Dit wordt onderstreept doordat [gedaagde partij] onweersproken heeft gesteld dat haar is gebleken dat zij de verkoop van het onroerend goed niet ter hand kan nemen zonder dat daadwerkelijk een, notariële, machtiging wordt verleend namens de erfgenamen.
4.10.
De voorzieningenrechter ziet, anders dan [gedaagde partij] primair vordert, geen aanleiding om een rechterlijke machtiging te verstrekken aan [gedaagde partij] om de verkoop van het onroerend goed in Suriname ter hand te kunnen nemen. In plaats daarvan worden [eisende partij 1] en [eisende partij 2] veroordeeld om binnen twee weken na vandaag hun medewerking te verlenen aan het verstrekken van een notariële machtiging aan [gedaagde partij] om namens de erfgenamen over te gaan tot verkoop van de tot de nalatenschap van de vader van partijen behorende grond in Suriname. Deze machtiging kan vanuit het oogpunt van efficiënte en kostenbesparing worden gecombineerd met de machtiging zoals hiervoor in overweging 4.8. staat vermeld. Ook de kosten voor het opstellen van deze notariële machtiging komen voor rekening van de boedel.
De gevorderde dwangsommen
4.11.
Partijen hebben gevorderd om alle veroordelingen met dwangsommen te versterken. Hoewel in het algemeen geen dwangsommen worden opgelegd aan veroordelingen in procedures tussen familieleden, omdat het eventueel verbeuren van dwangsommen de verhoudingen tussen die familieleden normaal gesproken geen goed zal doen, ziet de voorzieningenrechter in deze zaak aanleiding om de meeste veroordelingen wel met een dwangsom te versterken. De reden daarvoor is dat partijen er blijk van hebben gegeven niet vrijwillig (volledig) aan de door de rechtbank en het gerechtshof opgelegde verplichtingen te voldoen, terwijl het zaak is dat die verplichtingen nu alsnog zo snel mogelijk worden nagekomen. Daarom versterkt de voorzieningenrechter ieder van de veroordelingen met betrekking tot de levering van de woning en het verstrekken van notariële machtigingen met een dwangsom van € 500,00 per dag dat een partij één van die veroordelingen niet nakomt, met dien verstande dat een partij per veroordeling maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren. Aan de veroordeling van [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om alle medewerking te verlenen aan de door [gedaagde partij] tegenover mevrouw [persoon A] te nemen incassomaatregelen wordt geen dwangsom verbonden. De gevraagde veroordeling is, mogelijk, voor meer dan één uitleg vatbaar en kan daarom tot een executiegeschil leiden en dat moet worden voorkomen.
Iedere partij moet de eigen proceskosten betalen
4.12.
Het uitgangspunt in zaken tussen familieleden is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Beide partijen zijn immers ten onrechte verplichtingen die voortvloeien uit de uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof niet nagekomen en om die reden hebben beide partijen eraan bijgedragen dat de huidige situatie is ontstaan. Voor het standpunt van [gedaagde partij] dat [eisende partij 1] en [eisende partij 2] haar (daadwerkelijke) proceskosten moeten vergoeden, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten. Daarvoor is al voldoende dat [gedaagde partij] de door haar daadwerkelijk gemaakte proceskosten niet benoemd en onderbouwd heeft. Ten overvloede wordt nog overwogen dat voor een veroordeling om de daadwerkelijk gemaakte proceskosten van een partij te vergoeden slechts in uitzonderlijke gevallen aanleiding bestaat, ook vanwege het recht op toegang tot de rechter. [gedaagde partij] heeft op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.13.
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen twee weken na vandaag alle benodigde medewerking te verlenen om de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats 3] notarieel te (doen) leveren onder de titel van verdeling aan [eisende partij 1] , zulks overeenkomstig de akte van levering die als bijlage 4 door [eisende partij 1] en [eisende partij 2] is overgelegd en onder de voorwaarde dat de door [eisende partij 1] aan de nalatenschap van de vader van partijen te betalen gebruiksvergoeding van € 17.355,00 in de (nota van) afrekening van de levering van de woning wordt meegenomen;
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij 1] een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag dat zij de veroordeling in 5.1. niet nakomt, met dien verstande dat [gedaagde partij] maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
in reconventie
5.3.
veroordeelt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om binnen twee weken na vandaag hun medewerking te verlenen aan het verstrekken van een notariële machtiging aan [gedaagde partij] om namens de erfgenamen over te gaan tot het nemen van incassomaatregelen tegenover mevrouw [persoon A] , waaronder het inschakelen van een deurwaarder;
5.4.
veroordeelt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om aan [eisende partij 1] een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag dat zij de veroordeling in 5.3. niet nakomen, met dien verstande dat [eisende partij 1] en [eisende partij 2] op dit punt maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
5.5.
veroordeelt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om alle medewerking te verlenen aan de door [gedaagde partij] tegenover mevrouw [persoon A] te nemen incassomaatregelen;
5.6.
veroordeelt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om binnen twee weken na vandaag hun medewerking te verlenen aan het verstrekken van een notariële machtiging aan [gedaagde partij] om namens de erfgenamen over te gaan tot verkoop van de tot de nalatenschap van de vader van partijen behorende grond in Suriname;
5.7.
veroordeelt [eisende partij 1] en [eisende partij 2] om aan [eisende partij 1] een dwangsom te betalen van € 500,00 per dag dat zij de veroordeling in 5.6. niet nakomen, met dien verstande dat [eisende partij 1] en [eisende partij 2] op dit punt maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
in conventie en in reconventie
5.8.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.9.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
5.10.
wijst al het andere af;
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.
3349 / 2009