Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:13066

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
10-083058-23; 10-396367-24 (ttz gev)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor wederrechtelijk verblijf op haventerrein en belediging ambtenaar

De rechtbank Rotterdam heeft op 7 november 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van wederrechtelijk verblijf op het terrein van Rotterdam World Gateway en het beledigen van een politieagent. De feiten betreffen het onbevoegd betreden van een besloten haventerrein in maart 2023 en het uiten van beledigende woorden richting een ambtenaar in december 2024.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte samen met anderen het terrein betrad en toegang verschaft had tot containers door middel van braak of inklimming, wat overlast en hinder veroorzaakte voor de havenbedrijven en opsporingsdiensten. Daarnaast werd bewezen verklaard dat de verdachte de politieagent beledigde met grove termen die zijn eer en gezag aantasten.

Gezien de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een eerdere veroordeling voor belediging, en de schending van de redelijke termijn, legde de rechtbank een taakstraf van 150 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 150 uur wegens wederrechtelijk verblijf en belediging van een ambtenaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf
Parketnummers: 10-083058-23; 10-396367-24 (ttz gev)
Datum uitspraak: 7 november 2025
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. A.H.J. Strak, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 24 oktober 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Spaans heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:
10-083058-23
hij in
of omstreeksde periode van 23 tot en met 25 maart 2023 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven
, luchthaven en/of spoorwegemplacementgelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van Rotterdam World Gateway, gelegen aan de [adres 2]
,
terwijl hij, verdachte zich, al dan niet met zijn mededader(s), op die besloten plaats de toegang had verschaft tot een gebouw, ruimte of vervoermiddel bestemd voor de distributie, opslag of overslag van goederen, te weten één of meer containers ( [containernummer 1] en/of [containernummer 2] en/of [containernummer 3] door middel van braak en/of inklimming;
10-396367-24
hij op
of omstreeks13 december 2024 te Rotterdam,
opzettelijk
een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , werkzaam als agent bij de politie, Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn
/haarbediening,
in zijn
/haartegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hem
/haarde woorden toe te voegen:
- " je bent een matennaaier"
en
- " ik vind jou een kankerlijer" en
/of
- " ik vind jou een kanker viezerik"
,
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
10-083058-23
wederrechtelijk verblijven op een in een haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag of overslag van goederen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
10- 396367-24
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk verblijven op een besloten haventerrein. Het is een feit van algemene bekendheid dat daar in de nachtelijke uren veelvuldig personen worden aangetroffen. De bedrijven in de haven ondervinden veel hinder van de personen die zich onbevoegd op het terrein bevinden. De werkzaamheden in de terminals moeten bij het aantreffen van een persoon stilgelegd worden hetgeen zorgt voor een grote schade- en kostenpost. Bij elk incident is bovendien de inzet van opsporingsdiensten zoals de politie en de douane nodig. Door zijn handelen heeft de verdachte dan ook veel overlast veroorzaakt. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de belediging van een ambtenaar door hem uit te schelden voor matennaaier, kankerlijer en kanker viezerik. Hiermee heeft de verdachte de ambtenaar in zijn eer en goede naam aangetast en er blijk van gegeven zijn gezag niet te respecteren.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor belediging.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Bij het bepalen van de strafsoorten en de duur daarvan is gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Daarnaast is rekening gehouden met het tijdsverloop in de zaak met parketnummer 10-083058-23. Op grond van artikel 47 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (HGEU) en artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dient de verdachte binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 25 maart 2023. Tot aan dit vonnis is een periode van 2 jaren en 7 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak 2 jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend en geboden.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 138aa, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
124 (honderdvierentwintig) urente verrichten taakstraf resteert;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
62 (tweeënzestig) dagen;
Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Flikweert, voorzitter,
en mrs. P.C. Tuinenburg en E. Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
10-083058-23
hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 25 maart 2023 te Maasvlakte, gemeente Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
wederrechtelijk heeft verbleven op een in een haven, luchthaven en/of spoorwegemplacement gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen, te weten het terrein van Rotterdam World Gateway, gelegen aan de [adres 2] ,
terwijl hij, verdachte zich, al dan niet met zijn mededader(s), op die besloten plaats de toegang had verschaft tot een gebouw, ruimte of vervoermiddel bestemd voor de distributie, opslag of overslag van goederen, te weten één of meer containers ( [containernummer 1] en/of [containernummer 2] en/of [containernummer 3] door middel van braak en/of inklimming;
10-396367-24
hij op of omstreeks 13 december 2024 te Rotterdam,
opzettelijk
een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , werkzaam als agent bij de politie, Eenheid Rotterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,
in zijn/haar tegenwoordigheid,
mondeling
heeft beledigd,
door hem/haar de woorden toe te voegen:
- " je bent een matennaaier"
- " ik vind jou een kankerlijer" en/of
- " ik vind jou een kanker viezerik",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.