Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de bijlagen 1 tot en met 12 van [gedaagde partij]
- de mondelinge behandeling van 29 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben in het echtscheidingsconvenant afspraken gemaakt over de verdeling van een appartement en de daarbij behorende hypotheek. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om binnen twee dagen de benodigde inspanningen te verrichten voor zijn ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypothecaire geldlening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening, omdat hij zonder medewerking geen hypothecaire financiering kan verkrijgen voor een nieuwe woning. De primaire vordering vloeit voort uit het convenant en is niet gemotiveerd betwist door gedaagde, die stelt dat eiser bepaalde verplichtingen niet nakomt.
De voorzieningenrechter wijst de vordering toe en legt een eenmalige dwangsom van € 25.000 op bij niet-tijdige nakoming, omdat een dwangsom per dag niet passend is gezien de spoedeisendheid en het karakter van de gevorderde inspanningen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek binnen twee dagen, met een eenmalige dwangsom van € 25.000 bij niet-naleving.