ECLI:NL:RBROT:2025:13132
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete en waarschuwing wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag
De zaak betreft twee besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij aan eiser een waarschuwing en een boete van €2.500,- zijn opgelegd wegens het niet overleggen van gevraagde stukken over een werknemer, wat een overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (Wml) vormt.
Na een werkplekcontrole op 24 januari 2023 werd vastgesteld dat eiser niet alle gevraagde documenten kon overleggen, met name over een werknemer die volgens eiser niet bij hem in dienst was. De minister handhaafde de waarschuwing en boete na bezwaar. Eiser voerde onder meer aan dat de werknemer niet voor hem werkte, dat het boeterapport onjuist was en dat de boete onevenredig hoog was.
De rechtbank oordeelt dat het boeterapport, dat op ambtseed is opgesteld, betrouwbaar is en dat de werknemer terecht als zodanig is aangemerkt. Het niet overleggen van de gevraagde stukken is daarmee een beboetbare overtreding. De rechtbank vindt de boete niet onevenredig, mede omdat eiser een betalingsregeling gebruikt. De beroepen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de waarschuwing en boete worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.