Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met bijlagen;
- de door partijen overgelegde (nadere) producties;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Hef Wonen de ontruiming van een woning die door gedaagde wordt gehuurd, nadat de politie een drugslab en een grote hoeveelheid harddrugs in de woning aantrof. Hef Wonen heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro en de Opiumwet.
Gedaagde betwist de vordering en voert onder meer aan dat hij van de drugsactiviteiten niets wist, dat er geen spoedeisend belang is vanwege de burgemeesterssluiting, en dat ontruiming onaanvaardbaar is gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en die van zijn kinderen. De kantonrechter oordeelt echter dat gedaagde verantwoordelijk is voor het gebruik van de woning voor drugsactiviteiten, ook als hij daarvan niet op de hoogte was.
De rechter stelt vast dat het belang van Hef Wonen bij ontruiming zwaarwegend is vanwege haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en het beschermen van het woonklimaat. Het belang van gedaagde en zijn kinderen weegt in dit geval niet op tegen dit belang. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na opheffing van de burgemeesterssluiting, waarbij gedaagde de huurprijs moet blijven betalen tot ontruiming.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet de woning binnen veertien dagen na opheffing van de burgemeesterssluiting ontruimen en de huurprijs blijven betalen tot ontruiming.