De vader erkende de ongeboren vrucht in september 2023 en koos toen voor zijn achternaam. Na de geboorte in januari 2024 werd een geboorteakte opgemaakt met deze achternaam. In maart 2024 lieten de ouders een akte van naamskeuze opmaken met een gecombineerde achternaam, die later is toegevoegd aan de geboorteakte.
De officier van justitie verzocht tot doorhaling van de geboorteakte en vervanging door een akte waarin de naamskeuze op het juiste moment (tijdens de geboorteaangifte) zou zijn gedaan, omdat de latere naamskeuze niet rechtsgeldig was volgens de wetgeving die sinds 2024 geldt.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet kan worden toegewezen omdat dit zou neerkomen op het antidateren van een akte, wat niet is toegestaan. Desondanks kan de onterecht opgemaakte akte van naamskeuze en de latere vermelding in stand blijven op grond van het vertrouwensbeginsel, omdat de ouders gerechtvaardigd mochten vertrouwen op de deskundigheid van de ambtenaren en de juiste registratie van de gecombineerde achternaam.
De situatie blijft derhalve ongewijzigd, waarbij het kind geregistreerd staat met de gecombineerde achternaam. Het verzoek wordt afgewezen, maar de rechtbank erkent dat het kind en de ouders mogen blijven uitgaan van de huidige registratie.