Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
[3820;1729]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2013 gehuwd en hebben een minderjarige samen. Na hun echtscheiding in 2021 bleef de vrouw de contractuele huurder van de gezamenlijke woning. In 2023 is de man teruggekeerd naar de woning zonder aanpassing van de huurovereenkomst. De relatie kent ernstige problemen met meerdere meldingen van huiselijk geweld en politie-inmenging.
De vrouw vordert in kort geding dat de man de woning verlaat en niet meer betreedt, omdat zij en hun kind zich onveilig voelen. De man betwist dit en stelt gebruiksrecht te hebben vanwege het samenwonen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw voldoende belang heeft bij het bevel tot vertrek van de man, gezien de onveilige situatie en het belang van het kind bij een veilige woonomgeving.
De man moet de woning verlaten en zijn sleutels via advocaten aan de vrouw afgeven. De vordering tot machtiging van de vrouw om het vonnis met politiehulp uit te voeren wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt bevolen de huurwoning te verlaten en niet meer te betreden, met sleuteloverdracht aan de vrouw.